Gerelateerd aan Joel 1:9
Gerelateerd aan Joel 1:9
Joel 2:14
Misschien herroept hij zijn vonnis, komt hij erop terug en laat hij toch iets van zijn zegen over, zodat jullie weer graan en wijn kunnen offeren aan de HEER, jullie God.
Gerelateerd aan Joel 1:9
Joel 2:17
Priesters, dienaren van de HEER, hef een smeekbede aan in de tempel, tussen altaar en voorhal: 'Ach HEER, spaar uw volk, uw eigendom, geef het niet prijs aan spot en hoon van andere volken. Waarom zouden zij mogen schimpen: "En waar is nu hun God?"'
Gerelateerd aan Joel 1:9
Hosea 9:4
Het is als brood in een sterfhuis: wie het eet wordt onrein. Ze zullen de HEER geen wijnoffers brengen, hem met hun offers niet meer behagen. Het brood stilt alleen nog maar hun honger, het komt het huis van de HEER niet in.
Gerelateerd aan Joel 1:9
Joel 1:13
Priesters, hul je in rouw, schreeuw het uit, dienaren van het altaar, breng de nacht door met klagen, dienaren van mijn God, want offers van graan en wijn zijn Gods tempel ontzegd.
Gerelateerd aan Joel 1:9
Jesaja 61:6
En jullie worden priester van de HEER genoemd, dienaar van onze God zul je heten. Je zult je te goed doen aan de rijkdom door vreemde volken vergaard, je zult je met hun luister bekleden.
Gerelateerd aan Joel 1:9
Klaagliederen 1:16
Hierom ween ik, hierom baden mijn ogen in tranen. Oneindig ver weg is mijn trooster, die mij levenskracht geeft. Mijn kinderen zijn verbrijzeld, want groot was de overmacht van de vijand.
Gerelateerd aan Joel 1:9
2 Kronieken 13:10
Onze God echter is de HEER; wij hebben ons niet van hem afgewend, en de priesters die de HEER dienen zijn nakomelingen van Aäron, die in hun taak worden bijgestaan door de Levieten.
Gerelateerd aan Joel 1:9
Klaagliederen 1:4
De wegen naar Sion treuren, er zijn geen feestgangers meer. Haar poorten liggen verlaten, haar priesters zuchten, haar meisjes zijn bedroefd. En zijzelf: bitter is haar lot.
Gerelateerd aan Joel 1:9
Joel 1:16
Is het voedsel niet voor onze ogen vernietigd? Is de vreugdezang niet verstomd in de tempel van onze God?
Gerelateerd aan Joel 1:9
Exodus 28:1
Laat je broer Aäron en zijn zonen Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar bij je komen. Hen heb ik uit de Israëlieten uitgekozen om mij als priester te dienen.