Gerelateerd aan Job 4:8
Gerelateerd aan Job 4:8
Spreuken 22:8
Wie onheil zaait, zal onheil oogsten, de stok waarmee hij slaat, zal hem te gronde richten.
Gerelateerd aan Job 4:8
Galaten 6:7
Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.
Gerelateerd aan Job 4:8
Hosea 8:7
Want wie wind zaait zal storm oogsten. Het zaad brengt geen koren voort, en als het al vrucht draagt dan geeft het geen meel, en als het al meel geeft dan wordt het door vreemden verslonden.
Gerelateerd aan Job 4:8
2 Korinthe 9:6
Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.
Gerelateerd aan Job 4:8
Job 15:35
Zij verwekken ongeluk en baren kwaad, in hun schoot groeit het bedrog.'
Gerelateerd aan Job 4:8
Jeremia 4:18
Je wangedrag heeft dit teweeggebracht. Het bittere kwaad dat je deed, zette zich vast in je hart.’
Gerelateerd aan Job 4:8
Psalmen 7:14
(7:15) Hij draagt verderf onder het hart, zwanger van onheil baart hij bedrog.
Gerelateerd aan Job 4:8
Hosea 10:12
Zaai rechtvaardig! Oogst met liefde! Ontgin nieuw land! Het is tijd om de HEER te smeken, dat hij nadert met de regen van zijn goedheid.