Job 33:15-33

SV

15In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger;
16Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding;
17Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;
18Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.
19Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;
20Zodat zijn leven het brood zelf verfoeit, en zijn ziel de begeerlijke spijze;
21Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;
22En zijn ziel nadert ten verderve, en zijn leven tot de dingen, die doden.
23Is er dan bij Hem een Gezant, een Uitlegger, een uit duizend, om den mens zijn rechten plicht te verkondigen;
24Zo zal Hij hem genadig zijn, en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden.
25Zijn vlees zal frisser worden dan het was in de jeugd; hij zal tot de dagen zijner jonkheid wederkeren.
26Hij zal tot God ernstiglijk bidden, Die in hem een welbehagen nemen zal, en zijn aangezicht met gejuich aanzien; want Hij zal den mens zijn gerechtigheid wedergeven.
27Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;
28Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.
29Zie, dit alles werkt God tweemaal of driemaal met een man;
30Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.
31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.
32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.
33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

KJV

15In a dream, in a vision of the night, when deep sleep falleth upon men, in slumberings upon the bed;
16Then he openeth the ears of men, and sealeth their instruction,
17That he may withdraw man from his purpose, and hide pride from man.
18He keepeth back his soul from the pit, and his life from perishing by the sword.
19He is chastened also with pain upon his bed, and the multitude of his bones with strong pain:
20So that his life abhorreth bread, and his soul dainty meat.
21His flesh is consumed away, that it cannot be seen; and his bones that were not seen stick out.
22Yea, his soul draweth near unto the grave, and his life to the destroyers.
23If there be a messenger with him, an interpreter, one among a thousand, to shew unto man his uprightness:
24Then he is gracious unto him, and saith, Deliver him from going down to the pit: I have found a ransom.
25His flesh shall be fresher than a child's: he shall return to the days of his youth:
26He shall pray unto God, and he will be favourable unto him: and he shall see his face with joy: for he will render unto man his righteousness.
27He looketh upon men, and if any say, I have sinned, and perverted that which was right, and it profited me not;
28He will deliver his soul from going into the pit, and his life shall see the light.
29Lo, all these things worketh God oftentimes with man,
30To bring back his soul from the pit, to be enlightened with the light of the living.
31Mark well, O Job, hearken unto me: hold thy peace, and I will speak.
32If thou hast any thing to say, answer me: speak, for I desire to justify thee.
33If not, hearken unto me: hold thy peace, and I shall teach thee wisdom.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.