Gerelateerd aan Job 31:29
Gerelateerd aan Job 31:29
Spreuken 17:5
Wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn schepper, wie zich over iemands ongeluk verheugt, blijft niet ongestraft.
Gerelateerd aan Job 31:29
Spreuken 24:17
Verheug je niet over de val van je vijand, juich niet als hij ten onder gaat.
Gerelateerd aan Job 31:29
Psalmen 35:25
laat hen niet kunnen denken: 'Dit is wat we wilden.' Laat hen niet kunnen zeggen: 'We hebben hem verslonden.'
Gerelateerd aan Job 31:29
Psalmen 35:13
Waren zij ziek, ik trok een boetekleed aan, en bleef mijn gebed onverhoord, ik pijnigde mij door te vasten.
Gerelateerd aan Job 31:29
2 Samuel 4:10
Waarachtig, de bode die mij in Siklag kwam vertellen dat Saul dood was, en die meende dat hij goed nieuws kwam brengen, die heb ik gegrepen en ter plekke gedood: dat was het bodeloon dat ik hem heb gegeven.
Gerelateerd aan Job 31:29
2 Samuel 1:12
Ze rouwden, jammerden en vastten tot de avond viel voor Saul, zijn zoon Jonatan en het volk van de HEER, het volk van Israël, omdat zij in de strijd waren gesneuveld.
Gerelateerd aan Job 31:29
2 Samuel 16:5
Zodra David bij Bachurim was aangekomen, kwam er iemand aanlopen uit de familie van Saul, een zekere Simi, de zoon van Gera. Vloekend en tierend kwam hij aanlopen,
Gerelateerd aan Job 31:29
Obadja 1:12
Die dag had je je niet mogen verlustigen in de rampspoed die je broeder trof, je had je niet mogen verheugen over de ondergang van het volk van Juda, en op die dag van angst had je hen niet mogen bespotten.