Job 28:12-28

SV

12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?
13De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden.
14De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.
15Het gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen.
16Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.
17Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.
18De Ramoth en Gabisch zal niet gedacht worden; want de trek der wijsheid is meerder dan der Robijnen.
19Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.
20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?
21Want zij is verholen voor de ogen aller levenden, en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen.
22Het verderf en de dood zeggen: Haar gerucht hebben wij met onze oren gehoord.
23God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats.
24Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen.
25Als Hij den wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate;
26Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen;
27Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.
28Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.

KJV

12But where shall wisdom be found? and where is the place of understanding?
13Man knoweth not the price thereof; neither is it found in the land of the living.
14The depth saith, It is not in me: and the sea saith, It is not with me.
15It cannot be gotten for gold, neither shall silver be weighed for the price thereof.
16It cannot be valued with the gold of Ophir, with the precious onyx, or the sapphire.
17The gold and the crystal cannot equal it: and the exchange of it shall not be for jewels of fine gold.
18No mention shall be made of coral, or of pearls: for the price of wisdom is above rubies.
19The topaz of Ethiopia shall not equal it, neither shall it be valued with pure gold.
20Whence then cometh wisdom? and where is the place of understanding?
21Seeing it is hid from the eyes of all living, and kept close from the fowls of the air.
22Destruction and death say, We have heard the fame thereof with our ears.
23God understandeth the way thereof, and he knoweth the place thereof.
24For he looketh to the ends of the earth, and seeth under the whole heaven;
25To make the weight for the winds; and he weigheth the waters by measure.
26When he made a decree for the rain, and a way for the lightning of the thunder:
27Then did he see it, and declare it; he prepared it, yea, and searched it out.
28And unto man he said, Behold, the fear of the Lord, that is wisdom; and to depart from evil is understanding.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.