Gerelateerd aan Job 20:28
Gerelateerd aan Job 20:28
2 Koningen 20:17
Het duurt niet lang meer, of alles wat zich in uw paleis bevindt, alles wat uw voorouders tot nu toe hebben vergaard, zal naar Babel worden weggesleept. Er blijft niets van over-zegt de HEER.
Gerelateerd aan Job 20:28
Spreuken 11:4
Rijkdom helpt je niet op de dag dat God straft, rechtvaardigheid redt van de dood.
Gerelateerd aan Job 20:28
Openbaring 18:17
Maar in één uur tijd is heel je grote rijkdom vernietigd." Alle stuurlui, iedereen die op Babylon vaart, het scheepsvolk en alle anderen die op zee werken, bleven op een afstand
Gerelateerd aan Job 20:28
Job 21:30
Wie kwaad doet wordt gespaard tot zijn rampzalig eind, hij zal leven tot die dag van Gods woede.
Gerelateerd aan Job 20:28
Zefanja 1:18
Goud noch zilver kan hen redden als de toorn van de HEER hen treft, als het vuur van zijn woede de aarde verteert en hij al haar bewoners een gruwelijk einde bereidt.
Gerelateerd aan Job 20:28
Jakobus 5:1
En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt.
Gerelateerd aan Job 20:28
Job 27:14
Al zijn zijn kinderen nog zo talrijk, allen wacht het zwaard, geen van zijn nakomelingen zal ooit tot welstand komen.
Gerelateerd aan Job 20:28
Job 20:10
Zijn kinderen zullen de gunsten van de armen zoeken, want hij moet afstaan wat hij zich heeft toegeëigend.
Gerelateerd aan Job 20:28
Mattheüs 16:26
Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven?
Gerelateerd aan Job 20:28
Job 5:5
Wat de dwaas oogst, eet de hongerige, zelfs tussen dorens haalt hij weg al wat hij kan, en de dorstige smacht naar zijn bezit.
Gerelateerd aan Job 20:28
Deuteronomium 28:31
Uw runderen worden voor uw ogen geslacht, maar van het vlees zult u geen stukje krijgen. Uw ezel wordt u afgenomen en u ziet hem niet meer terug. Uw schapen en geiten worden aan uw vijand gegeven, en er is niemand die u te hulp komt.
Gerelateerd aan Job 20:28
Job 20:18
Wat hij heeft verworven, spuugt hij uit, het smaakt hem niet, zoals ook zijn handel hem geen vreugde schenkt.