Gerelateerd aan Job 20:18
Gerelateerd aan Job 20:18
Job 20:15
Rijkdom heeft hij doorgeslikt, maar weer uitgebraakt, God perst alles uit zijn buik omhoog.
Gerelateerd aan Job 20:18
Job 20:10
Zijn kinderen zullen de gunsten van de armen zoeken, want hij moet afstaan wat hij zich heeft toegeëigend.
Gerelateerd aan Job 20:18
Job 31:25
Heb ik mij verheugd over mijn vermogen, omdat ik eigenhandig zoveel had verworven?
Gerelateerd aan Job 20:18
Jeremia 22:13
Wee hem die zijn huis op onrechtvaardigheid bouwt, die de bovenvertrekken met onrecht schraagt, die anderen voor zich laat werken maar hun geen loon betaalt,
Gerelateerd aan Job 20:18
Ezechiel 7:12
Die tijd komt dichterbij, die dag nadert. Laat de koper niet blij zijn, de handelaar niet treuren: alle rijkdom in dit land wordt door mijn toorn getroffen.
Gerelateerd aan Job 20:18
Job 20:5
het gejuich van goddelozen snel verklinkt en de vreugde van de misdadiger kortstondig is?
Gerelateerd aan Job 20:18
Hosea 8:7
Want wie wind zaait zal storm oogsten. Het zaad brengt geen koren voort, en als het al vrucht draagt dan geeft het geen meel, en als het al meel geeft dan wordt het door vreemden verslonden.
Gerelateerd aan Job 20:18
Jeremia 51:44
Ik zal Bel, de god van Babel, straffen. Ik dwing hem heel zijn prooi weer uit te braken, de toestroom van de volken is voorbij. Babels muren zullen vallen!
Gerelateerd aan Job 20:18
Jeremia 11:15
Wat doet mijn geliefde in mijn huis, voert zij kwade plannen uit? Je geloften en offervlees zullen snel verdwijnen, jubel maar als het kwaad je treft.
Gerelateerd aan Job 20:18
Jakobus 4:8
Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars.
Gerelateerd aan Job 20:18
Mattheüs 23:24
Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.
Gerelateerd aan Job 20:18
Jesaja 24:7
De wijn is verdroogd, de wijnstok kwijnt weg. De vrolijke feestvierders zuchten.
Gerelateerd aan Job 20:18
Spreuken 1:12
we verslinden ze met huid en haar, zoals het dodenrijk de levenden verslindt, het graf de doden opslokt.
Gerelateerd aan Job 20:18
Hosea 9:1
Wees maar niet zo vrolijk, Israël, houd ermee op zo te jubelen als de andere volken: in overspel heb je je God verlaten; je was altijd uit op hoerenloon, overal waar graan werd gedorst.
Gerelateerd aan Job 20:18
Job 31:29
Verheugde ik mij over de ondergang van mijn vijand, juichte ik wanneer hij door het kwaad getroffen werd?
Gerelateerd aan Job 20:18
Amos 8:4
Jullie die de armen kwaad willen berokkenen en uit zijn op de ondergang van de machtelozen van dit land, luister!
Gerelateerd aan Job 20:18
Mattheüs 23:13
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.
Gerelateerd aan Job 20:18
Jeremia 22:17
Maar jouw ogen en jouw hart zijn slechts op eigen voordeel gericht, op onschuldig bloed vergieten, op afpersen en uitbuiten.
Gerelateerd aan Job 20:18
Klaagliederen 2:16
Al je vijanden sperren hun mond naar je open; ze fluiten, grijnzen en spotten: ‘We hebben haar verwoest! Ja, dit is de dag waarop we hoopten, hiernaar hebben wij uitgezien!’
Gerelateerd aan Job 20:18
Jeremia 51:34
“Koning Nebukadnessar van Babylonië heeft mij in stukken gereten, opgevreten. Hij heeft van mij een lege schotel gemaakt. Als een krokodil heeft hij me opgeslokt. Hij heeft zijn buik gevuld met mijn beste vlees en me daarna weggegooid, ” zegt Israël.