Gerelateerd aan Job 2:4-7

Gerelateerd aan Job 2:4

Filippensen 3:8

Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen
Gerelateerd aan Job 2:4

Jesaja 2:20

Op die dag zullen de mensen de afgoden, gesmeed van hun zilver en goud, gemaakt om te vereren, prijsgeven aan ratten en vleermuizen.
Gerelateerd aan Job 2:4

Jeremia 41:8

Tien van hen zeiden: ‘Dood ons niet, wij hebben voorraden in het veld verborgen: tarwe, gerst, olijfolie en vruchtenstroop.’ Deze tien liet Jismaël ongemoeid, zodat ze niet net als de anderen werden vermoord.
Gerelateerd aan Job 2:4

Mattheüs 16:26

Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven?
Gerelateerd aan Job 2:4

Esther 7:3

Koningin Ester antwoordde: 'Majesteit, als u mij goedgezind bent en als het de koning goeddunkt, schenk mij en ook mijn volk dan het leven; dat is wat ik wil vragen, dat is mijn wens.
Gerelateerd aan Job 2:4

Handelingen 27:18

Het geweld van de storm was zo groot dat ze de volgende dag een deel van de lading overboord gooiden,
Gerelateerd aan Job 2:4

Mattheüs 6:25

Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
Gerelateerd aan Job 2:5

Job 1:11

Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.'
Gerelateerd aan Job 2:5

Job 1:5

Nadat elk van zijn zonen zo'n feest had gegeven, liet Job hen bij zich komen voor een reinigingsritueel. Hij stond dan 's ochtends vroeg op om voor elk van hen een offer te brengen, want hij dacht bij zichzelf: Misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt. Job deed dit telkens weer.
Gerelateerd aan Job 2:5

Psalmen 39:10

(39:11) Houd op mij nog langer te kwellen, ik bezwijk onder de slagen van uw hand.
Gerelateerd aan Job 2:5

Psalmen 32:3

Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag.
Gerelateerd aan Job 2:5

1 Kronieken 21:17

en David zei tegen God: 'Ik was het toch die opdracht heeft gegeven tot een volkstelling? Ik ben het die gezondigd heeft; ik ben het die verkeerd heeft gehandeld. Maar deze arme schapen, wat hebben zij misdaan? HEER, mijn God, hef uw hand toch op tegen mij en mijn familie, in plaats van uw volk met deze plaag te treffen!'
Gerelateerd aan Job 2:5

Psalmen 38:2

(38:3) Diep zijn uw pijlen in mij gedrongen, zwaar is uw hand op mij neergedaald.
Gerelateerd aan Job 2:5

Job 2:9

Zijn vrouw zei tegen hem: 'Waarom blijf je zo onberispelijk? Vervloek God toch en sterf.'
Gerelateerd aan Job 2:5

Jesaja 8:21

Moedeloos en hongerig zullen de mensen door het land zwerven. Ze zullen honger lijden en in hun woede de koning en hun God vervloeken. Ze kijken omhoog
Gerelateerd aan Job 2:5

Leviticus 24:15

En tegen de Israëlieten moet je zeggen: "Wie zijn God vervloekt, zal de gevolgen van zijn zonde dragen.
Gerelateerd aan Job 2:5

Job 19:20

Mijn botten steken door mijn magere vel, alleen het vege lijf heb ik behouden.
Gerelateerd aan Job 2:6

Lukas 22:31

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven.
Gerelateerd aan Job 2:6

1 Korinthe 10:13

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.
Gerelateerd aan Job 2:6

Job 1:12

Toen zei de HEER tegen Satan: 'Goed, met alles wat van hem is mag je doen wat je wilt, maar raak Job zelf niet aan.' Hierop vertrok Satan.
1
2
Volgende