Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Jesaja 5:25

Daarom ontsteekt de HEER in woede tegen zijn volk, hij heft zijn hand tegen hen op en slaat hen. De bergen beginnen te beven, de lijken liggen als vuil op straat. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Jesaja 9:12

(9:11) vanuit het oosten viel Aram aan, vanuit het westen de Filistijnen, en zij verslonden Israël met huid en haar. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

2 Kronieken 28:6

Pekach, de zoon van Remaljahu, doodde in Juda honderdtwintigduizend man op één dag, allen geoefende krijgslieden, omdat zij zich van de HEER, de God van hun voorouders, hadden afgekeerd.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Richteren 7:2

Toen zei de HEER tegen Gideon: 'Het leger dat je bij je hebt is te groot. Ik lever de Midjanieten niet aan jullie uit, want ik wil niet dat Israël zich erop beroemt dat het zich op eigen kracht heeft bevrijd.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Galaten 5:15

Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

1 Samuel 14:20

Saul en zijn mannen verzamelden zich en stortten zich in de strijd. De verwarring was zo groot dat de Filistijnen het zwaard tegen elkaar opnamen.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Jesaja 9:17

(9:16) Daarom wil de Heer hun jongeren niet sparen, zich over hun wezen en weduwen niet ontfermen. Heel het volk is goddeloos en zondig, iedereen verkondigt dwaasheid. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Jesaja 11:13

Efraïms afgunst zal verdwijnen, aan Juda’s vijandschap komt een eind. Efraïm is niet meer afgunstig op Juda, Juda is Efraïm niet meer vijandig.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Jeremia 4:8

Hul je daarom in het zwart, weeklaag, barst uit in jammerklachten. Onstuitbaar is de brandende toorn van de HEER.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Jesaja 10:4

In gevangenschap zullen zij zuchten, sneuvelen in de strijd. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

Mattheüs 24:10

Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten.
Gerelateerd aan Jesaja 9:21

2 Koningen 15:30

Tegen Pekach, de zoon van Remaljahu, werd een samenzwering beraamd door Hosea, de zoon van Ela. Het was in het twintigste regeringsjaar van koning Jotam, de zoon van Uzzia, dat Hosea Pekach doodde en in zijn plaats koning werd.