Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Jeremia 4:29
Voor de kreten van schutters en menners slaat heel de stad op de vlucht. Ze rennen de bossen in, beklimmen de rotsen. Heel de stad is verlaten, niemand woont er nog.
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Deuteronomium 28:64
want de HEER zal u uiteenjagen en onder alle volken verstrooien, tot in de verste uithoeken van de aarde. Daar zult u andere goden vereren, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van hout en van steen.
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Jesaja 26:15
Uw volk hebt u groot gemaakt, HEER, en zo voor uzelf roem verworven. U hebt uw volk groot gemaakt en het land naar alle kanten uitgebreid.
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Klaagliederen 5:20
Waarom zou u ons voorgoed vergeten, ons voor altijd verlaten?
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
2 Koningen 25:11
De mensen die nog in de stad over waren, werden door commandant Nebuzaradan als ballingen weggevoerd, evenals degenen die naar de koning van Babylonië waren overgelopen, kortom, iedereen die nog over was.
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Jeremia 15:4
Om wat koning Manasse van Juda, de zoon van Hizkia, in Jeruzalem heeft gedaan, maak ik hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde.
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
2 Koningen 25:21
De koning van Babylonië liet hen in Ribla, in het gebied van Hamat, ter dood brengen. Zo werd Juda uit zijn land weggevoerd in ballingsschap.
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Jeremia 52:28
Nebukadnessar voerde het volgende aantal Judeeërs weg: in het zevende jaar van zijn regering drieduizend drieëntwintig,
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Romeinen 11:15
Als God zich met de wereld heeft verzoend toen hij hen verwierp, wat zal hij dan, wanneer hij hen opnieuw aanvaardt, anders teweegbrengen dan hun opstanding uit de dood?
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Romeinen 11:1
Dan is nu mijn vraag: heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet. Ik ben immers zelf een Israëliet, een nakomeling van Abraham, afkomstig uit de stam Benjamin.
Gerelateerd aan Jesaja 6:12
Jeremia 12:7
Ik heb mijn volk verlaten, mijn bezit opgegeven, mijn zielsbeminde aan haar vijanden overgeleverd.