Gerelateerd aan Jesaja 39:4-7

Gerelateerd aan Jesaja 39:4

Spreuken 28:13

Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving.
Gerelateerd aan Jesaja 39:4

Jozua 7:19

Jozua zei tegen hem: 'Kom, Achan, eerbiedig de HEER, de God van Israël, en leg voor hem een bekentenis af. Zeg me wat je hebt gedaan. Houd het niet voor me verborgen.'
Gerelateerd aan Jesaja 39:4

1 Johannes 1:9

Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.
Gerelateerd aan Jesaja 39:4

Job 31:33

Heb ik als anderen mijn overtredingen verhuld en mijn zonden weggeborgen in mijn binnenste,
Gerelateerd aan Jesaja 39:4

Spreuken 23:5

Zodra je op rijkdom afvliegt, is die al verdwenen. Hij krijgt vleugels, plotseling, en vliegt als een arend weg.
Gerelateerd aan Jesaja 39:5

1 Samuel 13:13

'Hoe hebt u zo dom kunnen doen?' vroeg Samuël. 'Waarom hebt u zich niet gehouden aan het gebod dat de HEER, uw God, u heeft opgelegd? Dan had de HEER uw koningschap over Israël nu voor altijd bestendigd.
Gerelateerd aan Jesaja 39:5

1 Samuel 15:16

'Geen woord meer!' zei Samuël tegen Saul. 'Laat me u vertellen wat de HEER mij vannacht gezegd heeft.' 'Zoals u wilt, 'zei Saul,
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

2 Koningen 25:13

De bronzen zuilen bij de tempel van de HEER, de verrijdbare onderstellen van de spoelbekkens en het grote bronzen bekken, de Zee, werden door de Chaldeeën uit elkaar gehaald; het brons namen ze mee naar Babel.
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

2 Koningen 24:13

Nebukadnessar haalde alle schatten weg uit de tempel van de HEER en het koninklijk paleis en haalde alle gouden versieringen los die koning Salomo van Israël in de grote zaal van de tempel had aangebracht, zoals de HEER had voorzegd.
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

Jeremia 20:5

De voorraden van deze stad, de bezittingen en kostbaarheden, en de schatten van de koningen van Juda geef ik hun vijanden in handen. Ze zullen alles buitmaken en meevoeren naar Babel.
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

Jeremia 27:21

Ja, dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, over de kostbaarheden die in de tempel van de HEER, in het paleis van de koning en in Jeruzalem achtergebleven zijn:
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

Jeremia 52:17

De bronzen zuilen bij de tempel van de HEER, de verrijdbare onderstellen van de spoelbekkens en het grote bronzen bekken, de Zee, werden door de Chaldeeën uit elkaar gehaald; het brons namen ze mee naar Babel.
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

2 Koningen 20:17

Het duurt niet lang meer, of alles wat zich in uw paleis bevindt, alles wat uw voorouders tot nu toe hebben vergaard, zal naar Babel worden weggesleept. Er blijft niets van over-zegt de HEER.
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

2 Kronieken 36:18

En alle voorwerpen uit de tempel van God, de grote zowel als de kleine, liet hij naar Babel overbrengen, evenals de schatten uit de tempel en de kostbaarheden van de koning en zijn raadsheren.
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

Daniel 1:2

De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda, aan hem uit en gaf hem een deel van de voorwerpen van Gods tempel in handen. Hij nam ze mee naar Sinear, naar de tempel van zijn eigen god, en liet ze daar in de schatkamer zetten.
Gerelateerd aan Jesaja 39:6

2 Kronieken 36:10

Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachins broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.
Gerelateerd aan Jesaja 39:7

Daniel 1:1

In het derde regeringsjaar van Jojakim, de koning van Juda, trok Nebukadnessar, de koning van Babylonië, op naar Jeruzalem en belegerde de stad.
Gerelateerd aan Jesaja 39:7

2 Koningen 24:12

gaf koning Jojachin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Gerelateerd aan Jesaja 39:7

2 Kronieken 36:10

Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachins broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.
Gerelateerd aan Jesaja 39:7

Jeremia 39:7

waarna hem de ogen werden uitgestoken. Daarna werd hij geboeid met bronzen ketenen om naar Babel te worden gevoerd.
1
2
Volgende