Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Genesis 11:31
Terach verliet Ur, de stad van de Chaldeeën, en nam zijn zoon Abram met zich mee, evenals zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, Abrams vrouw. Samen gingen ze op weg naar Kanaän. Maar toen ze in Charan waren aangekomen, bleven ze daar wonen.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Handelingen 7:2
Stefanus antwoordde: ‘Broeders en leden van het Sanhedrin, luister naar wat ik u te zeggen heb. Toen Abraham, de vader van ons volk, nog in Mesopotamië woonde, voordat hij zich in Charan vestigde, verscheen God in al zijn luister aan hem
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
2 Koningen 19:12
Gozan, Charan, Resef en de inwoners van Eden in Telassar, die door mijn voorouders werden uitgeroeid, zijn toch ook niet door hun goden gered?
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
2 Koningen 17:6
In het negende regeringsjaar van Hosea nam de koning van Assyrië Samaria in. Hij voerde de Israëlieten als ballingen mee naar Assyrië. Sommigen wees hij een woonplaats aan in Chalach, anderen aan de rivier de Chabor in Gozan, en weer anderen in de steden van Medië.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
2 Koningen 18:11
De koning van Assyrië voerde de Israëlieten als ballingen mee naar zijn land, waar sommigen een woonplaats kregen aangewezen in Chalach, anderen aan de rivier de Chabor in Gozan, en weer anderen in de steden van Medië.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Genesis 12:1
De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Genesis 29:4
Jakob vroeg de herders: ‘Waar komen jullie vandaan, vrienden?’ ‘Uit Charan, ‘antwoordden ze.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Genesis 12:14
Inderdaad was Abram nog maar nauwelijks in Egypte of de Egyptenaren zagen dat Sarai een bijzonder mooie vrouw was.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Jesaja 46:5
Met wie wil je mij vergelijken, aan wie mij gelijkstellen? Met wie vertoon ik overeenkomst?
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Amos 1:5
Ik zal de poorten van Damascus openbeuken, de koning van Bikat-Awen zal ik ombrengen, en ook de heerser van Bet-Eden breng ik om. Het volk van Aram gaat in ballingschap naar Kir-zegt de HEER.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Ezechiel 28:13
Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Ezechiel 27:23
(23-24) Ook de kooplieden van Charan, Kanne en Eden, en die van Seba, Assur en Kilmad handelden met je en verkochten je schitterende gewaden en mantels van blauwpurperen en bonte wol, kleden van tweekleurig weefsel en stevig gevlochten touwen.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Genesis 28:10
Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Genesis 2:8
God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt.
Gerelateerd aan Jesaja 37:12
Jesaja 36:20
Als geen enkele god in staat is gebleken zijn land uit mijn handen te redden, hoe zou dan de HEER Jeruzalem kunnen redden?’”’