Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Jesaja 29:6

Want de HEER van de hemelse machten zal ingrijpen, met donder, aardschokken en oorverdovend lawaai, met wervelende stormen en een verterende vlammenzee.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Zacharia 2:5

(2:9) Ik zal zelf rondom de stad een muur van vuur zijn-spreekt de HEER -en haar met mijn luister vullen.'
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Jesaja 4:4

Wanneer de HEER het vuil van Sions vrouwen heeft weggewassen en het bloed van Jeruzalem heeft afgespoeld, door een zuiver oordeel en een zuiverend vuur,
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Leviticus 6:13

(6:6) Het vuur op het altaar moet steeds blijven branden, het mag niet doven.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Jesaja 18:3

Laat alle bewoners van de aarde weten: je zult op de bergen het opgestoken vaandel zien, het schallen van de ramshoorn zul je horen.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Maleachi 4:1

(3:19) Die dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid-zegt de HEER van de hemelse machten. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Deuteronomium 32:37

zal hij zeggen: “Waar zijn je goden nu? Waar is de rots waarop je steunde?
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Jesaja 10:17

Het licht van Israël zal een vlam worden, de Heilige van Israël een vuur; op één dag verbrandt en verteert het de dorens en distels van zijn volk.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Deuteronomium 32:31

Jullie vijanden zullen het erkennen: de rots waarop zij steunen is niets naast jullie rots.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Jesaja 11:10

Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Jesaja 30:33

De offerplaats is sinds lang gereed- dezelfde als voor Moloch- met een vuurhaard diep en ruim, en vuur en hout in overvloed. Als een stroom van zwavel steekt de adem van de HEER hem in brand.
Gerelateerd aan Jesaja 31:9

Ezechiel 22:18

'Mensenkind, het volk van Israël is mij niet meer waard dan de slakken die overblijven wanneer koper en tin, ijzer en lood samen in een oven worden gesmolten; niets dan schuim is ervan over.