Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Psalmen 115:4

Hun goden zijn van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Jeremia 2:28

Waar zijn dan je goden, die jullie zelf gemaakt hebben? Die moeten je maar redden uit je nood. Je hebt toch, Juda, evenveel goden als steden?
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Jesaja 37:19

en hun goden aan het vuur prijsgegeven. Dat waren dan ook geen goden, het waren slechts maaksels van mensenhanden, beelden van hout en steen, die ze vernietigd hebben.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Jesaja 17:8

Men zal zich niet meer wenden tot zelfgemaakte goden en hun altaren, geen oog meer hebben voor zulk mensenwerk, voor Asjerapalen en wierookaltaren.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Hosea 14:3

(14:4) Onze redding verwachten we niet langer van Assyrië, op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen, wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen. Immers, bij u vindt een wees ontferming!'
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Jesaja 44:15

Ze dienen hem tot brandhout: hij gebruikt het om zich te warmen, of om er brood op te bakken. Of hij bewerkt het tot een god, waarvoor hij knielt; hij maakt er een godenbeeld van, waarvoor hij zich neerbuigt.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Hosea 12:11

(12:12) Was Gilead al misdadig, Efraïm is nog dieper gevallen: al die stierenoffers in Gilgal! En al die altaren, als steenhopen aan de rand van een geploegde akker!
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

2 Kronieken 27:2

Hij deed wat goed is in de ogen van de HEER, precies zoals zijn vader Uzzia-hij echter betrad de tempel van de HEER niet-, maar de Judeeërs bleven doorgaan met hun verfoeilijke praktijken.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Openbaring 9:20

Maar de andere mensen, die deze plagen overleefden, keerden zich niet af van hun zelfgemaakte goden. Ze bleven die goden aanbidden en de beelden van goud, zilver, brons, steen en hout, die niet kunnen horen of zien en zich niet kunnen verroeren.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Ezechiel 16:23

Na al deze schanddaden-wee jou, wee! spreekt God, de HEER -
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

2 Kronieken 28:2

maar volgde het voorbeeld van de koningen van Israël. Hij ging zelfs zo ver dat hij godenbeelden maakte voor de Baäls.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Jeremia 11:13

ook al telt Juda evenveel goden als steden en heeft Jeruzalem in elke straat een wierookaltaar voor Baäl, de god van de schande.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Hosea 13:2

Toch bleven ze zondigen: ze maakten een godenbeeld. En met hun zilver maakten ze nog meer beelden, naar eigen smaak, niet meer dan het werk van ambachtslieden. Men zegt van hen: Mensen die offeren, kussen kalveren!
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

2 Kronieken 28:23

Hij bracht offers aan de goden van Damascus, die hem verslagen hadden, want hij dacht bij zichzelf: De goden van de koningen van Aram helpen hun volk wél. Als ik hun offers breng, helpen ze mij vast ook. Maar zij brachten hem en heel Israël juist ten val.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Jesaja 57:5

Jullie hartstocht brandt onder terebinten, onder elke bladerrijke boom. Jullie slachten kinderen in de wadi’s, onder overhangende rotsen.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Jesaja 10:10

Ik heb de hand gelegd op koninkrijken vol afgoden, rijker aan beelden dan Jeruzalem en Samaria.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Deuteronomium 4:28

Daar zult u dan andere goden vereren, goden van hout en van steen, door mensen gemaakt, goden die niet kunnen horen en zien, niet eten en niet ruiken.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Handelingen 17:16

Terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, raakte hij hevig verontwaardigd bij het zien van de vele godenbeelden in de stad.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

2 Kronieken 33:3

Hij herstelde de offerplaatsen die zijn vader Jechizkia had laten slopen, richtte nieuwe altaren op voor de Baäls en maakte nieuwe Asjerapalen. Hij aanbad de hemellichamen en diende die.
Gerelateerd aan Jesaja 2:8

Hosea 8:6

Dat kalf komt gewoon uit Israël, het is gemaakt door een ambachtsman, een god is het niet! Nee, het kalf van Samaria zal verpulverd worden.