Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jeremia 1:14
De HEER zei: ‘Vanuit het noorden zal onheil over alle inwoners van dit land worden uitgestort.
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jesaja 20:1
Koning Sargon van Assyrië stuurde een van zijn hoogwaardigheidsbekleders, de tartan, naar Asdod. Deze viel de stad aan en nam haar in.
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jesaja 14:29
‘Juich niet te vroeg, Filistijnen, nu de stok die jullie sloeg is gebroken. Want de slang baart een adder en die brengt een vliegensvlugge cobra voort.
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jesaja 13:6
Weeklaag! Want de dag van de HEER is nabij, de dag van ondergang die komt van de Ontzagwekkende!
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jesaja 3:26
Rouw en droefenis heersen in haar poorten. Berooid hurkt Sion neer op de grond.
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jesaja 24:12
Wat van de stad rest, is verwoesting, troosteloos is de vernielde poort.
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jeremia 25:16
Als ze die drinken worden ze dronken van angst voor het zwaard dat ik op hen afstuur.’
Gerelateerd aan Jesaja 14:31
Jesaja 16:7
Daarom is Moab nu vol zelfbeklag, zijn gejammer klinkt in het hele land. Het treurt in grote verslagenheid om de rozijnenkoeken van Kir-Chareset.