Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Leviticus 26:41
-juist daarom zal ik van mijn kant tegen hen in gaan en hen verdrijven naar het land van hun vijanden-, wanneer ze dus hun koppigheid laten varen en zich verootmoedigen en voor hun schuld boeten,
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Jeremia 4:4
Laat je besnijden voor de HEER, ontdoe je van de voorhuid van je hart, inwoners van Juda en Jeruzalem. Anders slaat zijn toorn uit als een vuur, een brand die niet te blussen is, vanwege jullie kwalijke praktijken.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Ezechiel 44:7
Jullie hebben vreemdelingen, onbesneden van hart en van lichaam, in mijn heiligdom toegelaten en zo is mijn tempel ontwijd. Jullie hebben mij vet en bloed als voedsel aangeboden, maar met al jullie wangedrag het verbond met mij verbroken.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Handelingen 7:51
Halsstarrige ongelovigen, u wilt niet luisteren en verzet u steeds weer tegen de heilige Geest, zoals uw voorouders ook al deden.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Romeinen 2:28
Jood is men niet door zijn uiterlijk, en de besnijdenis is geen lichamelijke besnijdenis.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Jeremia 49:32
Hun kamelen worden buitgemaakt, heel hun veestapel geroofd. Ik zal die stammen met hun kaalgeschoren slapen in elke windrichting verstrooien. Ik breng van alle kanten onheil- spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Jeremia 25:9
zal ik alle volken van het noorden met mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië, ontbieden-spreekt de HEER. Ik stuur ze op de inwoners van dit land af en op alle omringende volken. Ik breng alle inwoners om; ze zullen afschuw en ontzetting wekken, en dit land zal voor altijd in puin liggen.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Deuteronomium 30:6
De HEER, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u hem weer met hart en ziel zult liefhebben en in leven zult blijven.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Zefanja 1:1
Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Sefanja, de zoon van Kusi, de zoon van Gedalja, de zoon van Amarja, de zoon van Hizkia, toen Josia, de zoon van Amon, in Juda regeerde.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Jeremia 27:3
Stuur de koningen van Edom, Moab, Ammon, Tyrus en Sidon ieder een juk. Je moet ze meegeven aan hun gezanten, die bij koning Sedekia in Jeruzalem zijn.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Ezechiel 44:9
Dit zegt God, de HEER: Geen enkele vreemdeling, onbesneden van hart en van lichaam, mag in mijn heiligdom komen. Dit geldt voor alle vreemdelingen die bij de Israëlieten wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Ezechiel 24:1
In het negende jaar, op de tiende dag van de tiende maand, richtte de HEER zich tot mij:
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Amos 1:1
Hier volgen de woorden en visioenen van Amos, een schapenfokker uit Tekoa. Hij profeteerde over Israël toen Uzzia in Juda regeerde en Jerobeam, de zoon van Joas, koning was in Israël, twee jaar voor de aardbeving.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Jesaja 13:1
Profetie over Babylonië; het visioen van Jesaja, de zoon van Amos.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Jesaja 19:24
Op die dag zal Israël zich als derde bij Egypte en Assyrië voegen, tot zegen voor de hele wereld.
Gerelateerd aan Jeremia 9:26
Jeremia 46:1
De HEER richtte de volgende woorden tot de profeet Jeremia over de omringende volken.