Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 23:11
Want profeten en priesters zijn verdorven, zelfs in mijn tempel moet ik hun wangedrag aanzien- spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 8:10
Daarom geef ik hun vrouwen weg, hun akkers geef ik aan veroveraars. Want iedereen, van groot tot klein, is op eigen voordeel uit, van profeet tot priester, ieder pleegt bedrog.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Micha 3:11
De leiders spreken er recht in ruil voor geschenken, de priesters geven onderricht tegen betaling, de profeten voorspellen voor geld, terwijl ze zich op de HEER beroepen en zeggen: 'De HEER is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen.'
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Micha 3:5
Dit zegt de HEER over de profeten die mijn volk misleiden, die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen en die iedereen die hen niet op hun wenken bedient de oorlog verklaren:
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 14:18
Als ik naar de akkers ga, zie ik ze liggen, geveld door het zwaard. Als ik de stad in ga, zie ik ze liggen, uitgeteerd door de honger. Zelfs profeten, zelfs priesters komen terecht in een onbekend land.’
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 22:17
Maar jouw ogen en jouw hart zijn slechts op eigen voordeel gericht, op onschuldig bloed vergieten, op afpersen en uitbuiten.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Micha 3:2
Maar jullie haten het goede en houden van het kwaad. Jullie stropen mijn volk de huid af en rukken het vlees van hun botten.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Zefanja 3:3
Haar leiders zijn brullende leeuwen, haar rechters wolven in de avond die 's ochtends niets meer te kluiven hebben.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Ezechiel 22:25
De vorsten in de stad waren als leeuwen die grommend hun prooi verscheuren: ze verslonden mensen, ze roofden schatten en kostbaarheden, veel vrouwen maakten ze tot weduwen.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 5:31
de profeten profeteren leugens, de priesters treden eigenmachtig op. En dat bevalt mijn volk! Wat zullen jullie doen als je einde nadert?
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jesaja 57:17
Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht, ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen. Maar zij gingen onverdroten voort op de weg die ze zelf hadden gekozen.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 2:8
De priesters zeiden niet: “Waar is de HEER?” De hoeders van de wetten kenden mij niet. De herders kwamen tegen mij in opstand. De profeten lieten zich door Baäl leiden en liepen achter goden aan van wie geen hulp was te verwachten.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jesaja 56:9
Laat de dieren van het veld komen om te eten, en alle dieren uit het woud.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Ezechiel 33:31
Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Micha 2:1
Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden. Al in het ochtendgloren brengen ze die ten uitvoer, dat ligt in hun macht.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 2:26
Zoals een betrapte dief te schande staat, zo staat het volk van Israël te schande, de koningen en leiders, de priesters en profeten.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 23:14
Bij Jeruzalems profeten zie ik gruwelijke dingen: overspel! leugen op leugen! Zij steunen de boosdoeners, zodat die niet breken met hun kwalijke praktijken. Iedereen is even slecht geworden als de inwoners van Sodom en Gomorra.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
1 Timotheüs 3:3
Hij mag niet te veel drinken of driftig zijn, maar hij moet vredelievend en vriendelijk zijn, en niet geldzuchtig.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jesaja 28:7
Maar zelfs priesters waggelen van de wijn, profeten wankelen door de drank: ze waggelen door de drank en zijn verward door de wijn; de drank doet hen wankelen, waggelend hebben ze visioenen, zwalkend doen ze hun uitspraken.
Gerelateerd aan Jeremia 6:13
Jeremia 26:7
De priesters, de profeten en alle andere aanwezigen in de tempel hoorden Jeremia deze woorden spreken.
1
2