Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jeremia 50:17
Israël was een dolend schaap, door leeuwen van de kudde verdreven. Eerst viel het ten prooi aan de koning van Assyrië, een ander kloof daarna de botten af: Nebukadnessar, de koning van Babylonië.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jeremia 51:44
Ik zal Bel, de god van Babel, straffen. Ik dwing hem heel zijn prooi weer uit te braken, de toestroom van de volken is voorbij. Babels muren zullen vallen!
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Job 20:15
Rijkdom heeft hij doorgeslikt, maar weer uitgebraakt, God perst alles uit zijn buik omhoog.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jesaja 24:1
De HEER verwoest de aarde en slaat haar kaal, hij ontwricht haar en verstrooit haar bewoners.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Nahum 2:2
(2:3) De HEER herstelt het aanzien van Jakob, van Israël, door vernielers vernield, die zijn ranken verwoestten.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Amos 8:4
Jullie die de armen kwaad willen berokkenen en uit zijn op de ondergang van de machtelozen van dit land, luister!
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Mattheüs 23:13
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Ezechiel 36:3
Profeteer daarom het volgende: "Dit zegt God, de HEER: Toen jullie verwoest waren, aasden de volken om je heen op jullie. Jullie gingen over de tong en er werd over jullie gekletst.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Klaagliederen 2:16
Al je vijanden sperren hun mond naar je open; ze fluiten, grijnzen en spotten: ‘We hebben haar verwoest! Ja, dit is de dag waarop we hoopten, hiernaar hebben wij uitgezien!’
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jesaja 34:11
Dwergooruil en stekelvarken nemen het in bezit, raaf en ransuil zullen er huizen. Hij heeft er het meetlint van de chaos gespannen, hij weegt het met de weegstenen van de woestenij.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jeremia 51:49
Babel zelf moet vallen, zoals tallozen door Babel vielen, in Israël, ja, overal ter wereld.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Spreuken 1:12
we verslinden ze met huid en haar, zoals het dodenrijk de levenden verslindt, het graf de doden opslokt.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Klaagliederen 1:14
Hij heeft mijn overtredingen gebundeld en ze vastgemaakt als een juk; ze drukken zwaar op mijn nek, mijn kracht is gebroken. De Heer heeft mij uitgeleverd aan hen bij wie ik weerloos ben.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Nahum 2:9
(2:10) Roof het zilver, roof het goud! De schat is onuitputtelijk! Kostbaarheden zonder tal!
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jeremia 48:11
Moab had vanaf zijn jeugd geen zorgen, het was als wijn die op zijn droesem rustte. Nooit werd het van het ene in het andere vat gegoten, nooit ging het in ballingschap. Daarom is zijn smaak zo goed gebleven, is zijn geur zo onbedorven.
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jeremia 50:7
Voor wie hun pad kruisten, waren ze een prooi. Hun belagers zeiden: “Wij maken ons niet schuldig, zijzelf hebben gezondigd tegen de HEER, hun ware weidegrond, tegen de HEER, de bron van hoop voor hun voorouders.”
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Jeremia 39:1
-in het negende regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, in de tiende maand, kwam koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger bij Jeruzalem aan en sloeg het beleg voor de stad;
Gerelateerd aan Jeremia 51:34
Klaagliederen 1:1
Ach, hoe eenzaam zit zij neer, de eens zo levendige stad Een weduwe is ze geworden, zij die groot was onder de volken, de vorstin van de gewesten is tot slavernij vervallen.