Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jeremia 51:27

Steek overal op aarde de strijdvaan op. Blaas de ramshoorn onder alle volken, in het rijk van Ararat, Minni en Askenaz. Bereid ze voor op de strijd tegen Babel. Stel officieren aan die de veldtocht leiden. Laat woeste paarden aanstormen, als een bende sprinkhanen.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jeremia 50:9

Want ik breng grote volken samen en vuur ze aan om tegen Babel op te trekken. Ze komen uit het noorden, belegeren de stad, ze wordt door hen veroverd. Ze hebben uitmuntende schutters, hun pijlen treffen altijd doel.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jeremia 6:22

Dit zegt de HEER: Er komt een volk uit het noorden, een grote overmacht. Ze komen van de einden der aarde, worden aangevuurd tot de strijd.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jesaja 13:2

Steek op een kale berg de strijdvaan op, roep op tot de strijd en geef het teken dat zij optrekken naar de poorten van de edelen.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jeremia 51:1

Dit zegt de HEER: Ik ontketen een vernietigende storm over Babel, over de bevolking van Leb-Kamai.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jesaja 13:17

Ik zet tegen hen de Meden op, die niet om zilver geven, noch zich door goud laten verleiden.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jeremia 51:11

De HEER heeft de koning van Medië aangevuurd, zijn doel is de vernietiging van Babel. Dit is de wraak van de HEER, hij wreekt zijn tempel. Mannen, scherp de pijlen, vul de kokers.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jeremia 50:2

‘Maak bekend onder alle volken, laat het horen, geef het door, houd het niet verborgen, maak bekend: Babel wordt veroverd, Bel wordt te schande gemaakt, Marduk is ten einde raad. Babels beelden staan te schande, zijn afgoden zijn radeloos.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Openbaring 17:16

De tien horens die je zag en het beest zelf zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten. Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken.
Gerelateerd aan Jeremia 50:41

Jeremia 25:14

Dan zullen de Chaldeeën zelf door vele volken en machtige koningen worden onderworpen. Zo zal ik hun vergelden wat ze hebben misdaan.’