Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Jeremia 18:16
Zo werd het land een woestenij, een voorwerp van blijvende afschuw. Ieder die voorbijkomt huivert, schudt vol ontzetting het hoofd.
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Jeremia 49:17
Dan zal Edom een verschrikkelijke plaats zijn. Ieder die er komt zal huiveren om het onheil dat het getroffen heeft, ieder stokt de adem in de keel.
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Jesaja 14:4
En jullie zullen het volgende spotlied op de koning van Babylonië aanheffen: ‘Het is gedaan met die slavendrijver, gedaan met zijn dwingelandij.
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Job 27:23
Zijn ondergang wordt met gejoel begroet, waar hij vroeger woonde wordt hij nagefloten.'
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Zacharia 1:15
en ziedend van woede ben ik op de zelfgenoegzame volken. Ik had mijn toorn immers al weer laten varen, maar zij hebben mijn volk steeds harder aangepakt.
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Jeremia 25:12
Maar als die zeventig jaar voorbij zijn, zal ik de koning van Babylonië en zijn volk voor hun misdaden laten boeten-spreekt de HEER. Ik maak het land van de Chaldeeën voor altijd tot een woestenij.
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Jeremia 51:37
Babel wordt een berg van puin, een oord voor jakhalzen. Het is huiveringwekkend, ademstokkend, alle inwoners zijn verdwenen.
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Klaagliederen 2:15
Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Habakuk 2:6
Iedereen zal spreuken op hem toepassen, spotliederen en raadsels. Ze zullen zeggen: 'Wee hem die zich verrijkt met andermans goed en zo een steeds zwaardere schuld op zich laadt. Hoe lang gaat hij daar nog mee door?'
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Zefanja 2:15
Dat is er over van die vrolijke stad, de stad die zo onbezorgd leefde, die dacht: Ik, en ik alleen! Ach, wat een wildernis is ze geworden, een rustplaats voor wilde dieren. Wie er voorbij komt sist tussen zijn tanden en gebaart vol afschuw met zijn hand.
Gerelateerd aan Jeremia 50:13
Jeremia 19:8
Ik maak van deze stad een voorwerp van spot en ontzetting. Ieder die er komt zal huiveren om het onheil dat haar getroffen heeft, ieder zal de adem in de keel stokken.