Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jeremia 6:25
Waag je niet buiten de stad, ga niet op reis, want daar heerst het zwaard van de vijand, het zaait overal paniek!’
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jeremia 46:5
Waarom staan ze verlamd van angst, waarom deinzen ze terug? Hun keurtroepen worden verpletterd, ze vluchten zonder om te kijken, overal paniek-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Psalmen 120:5
Ach, dat ik moet wonen in Mesech, ver van huis bij de tenten van Kedar.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Habakuk 3:7
Ik zie hoe de tenten van Kusan zuchten onder het onheil, hoe de tentdoeken van Midjan klapperen.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Psalmen 31:13
(31:14) Ik hoor de mensen over mij fluisteren, van alle kanten dreigt gevaar. Ze steken de hoofden bijeen en smeden plannen om mij te doden.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
2 Korinthe 7:5
Toen we in Macedonië kwamen, vonden we geen rust maar werden we van alle kanten belaagd: van buitenaf door vijanden, van binnenuit door zorgen.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Genesis 37:25
Daarna gingen ze zitten eten. Opeens zagen ze een karavaan naderen. Het waren Ismaëlieten die uit de richting van Gilead kwamen en op weg waren naar Egypte. De kamelen waren beladen met gom, balsem en cistushars.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Job 1:3
Hij bezat zevenduizend schapen en geiten, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen en een groot aantal slaven en slavinnen. Hij was de aanzienlijkste man van het Oosten.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jeremia 20:3
Toen Paschur hem de volgende dag uit het blok haalde, zei Jeremia tegen hem: ‘De HEER noemt jou niet langer Paschur, maar Magor-Missabib.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Richteren 8:26
De gouden ringen die hij van de Israëlieten ontving wogen samen wel zeventienhonderd sjekel. Daar kwamen dan nog bij de gouden maantjes en oorringen en de purperen mantels van de Midjanitische koningen, en de halssieraden van hun kamelen.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Richteren 6:5
Als een zwerm sprinkhanen kwamen ze aanzetten met hun vee en hun tenten: een onafzienbare massa mensen en kamelen die het land binnenviel en alles verwoestte.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jesaja 60:7
Alle schapen en geiten van Kedar worden voor jou bijeengedreven, Nebajots rammen staan je ter beschikking; ze zijn weer welkom als offer op mijn altaar. Mijn tempel zal ik in alle luister herstellen.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jeremia 4:20
Ramp op ramp wordt gemeld, heel het land gaat te gronde. Plotseling zijn mijn tenten vernield, onverwacht mijn tentdoeken gescheurd.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Richteren 7:12
De Midjanieten waren met de Amalekieten en nog andere woestijnvolken als sprinkhanen over de vlakte uitgezwermd. Hun kamelen waren ontelbaar als zandkorrels aan de zee.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jesaja 13:20
Nooit meer zullen er mensen wonen, het blijft ontvolkt tot in het verste nageslacht.Geen Arabier zal daar zijn tent opslaan, geen herder laat er zijn kudde rusten.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jeremia 49:24
Damascus heeft de moed verloren. De inwoners zijn nu al op de vlucht geslagen, aangegrepen door paniek. Ze sidderen en beven, zoals een vrouw in barensnood.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
2 Korinthe 4:8
We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
1 Kronieken 5:20
Daar de Israëlieten in hun strijd geholpen werden, vielen de Hagrieten en hun bondgenoten hun in handen. Tijdens de gevechten riepen ze God aan, en omdat ze hun vertrouwen in hem stelden, stond hij hen bij.
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Jeremia 10:20
Maar mijn tent is vernield, alle touwen zijn doorgesneden. Mijn kinderen zijn mij ontvallen, ze zijn er niet meer. Niemand zet ooit nog mijn tent op, niemand spant mijn tentdoeken meer.’
Gerelateerd aan Jeremia 49:29
Richteren 8:21
Zebach en Salmunna zeiden: 'Doet u het dan zelf. U bent mans genoeg.' Toen doodde Gideon hen zelf. De gouden maantjes die de nek van hun kamelen sierden nam hij mee.