Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jeremia 42:15

luister dan naar de woorden van de HEER, overlevenden van Juda! Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Als jullie volharden in je voornemen naar Egypte uit te wijken,
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jeremia 42:22

Besef daarom goed dat u in het land waarheen u wilt uitwijken, zult sterven door het zwaard, de honger en de pest.’
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jesaja 65:15

De naam die jullie nalaten wordt door mijn uitverkorenen gebruikt wanneer zij iemand vervloeken: ‘Zo zal God, de HEER, je doden!’ Maar mijn dienaren geef ik een andere naam,
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jeremia 18:16

Zo werd het land een woestenij, een voorwerp van blijvende afschuw. Ieder die voorbijkomt huivert, schudt vol ontzetting het hoofd.
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Hosea 4:6

Mijn volk komt om doordat het met mij niet vertrouwd is. Jij wilde het niet met mij vertrouwd maken, daarom wil ik niets meer met jou te maken hebben: je zult mij niet meer als priester dienen. Jij hebt de wet van je God verwaarloosd, daarom zal ik jouw kinderen verwaarlozen.
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jesaja 1:28

Maar opstandige zondaars worden gebroken, wie de HEER verlaat, gaat ten onder.
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jeremia 44:7

Nu dan-dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Waarom roepen jullie zulk groot onheil over je af door alle mannen, vrouwen, kinderen en zuigelingen van Juda ten onder te laten gaan, zodat er niets van jullie overblijft?
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jeremia 29:18

Ik zal hen met het zwaard, de honger en de pest achtervolgen en hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde maken. Hun namen zullen als een vloek worden gebruikt, ze zullen afschuw en ontzetting wekken en bespot worden door alle volken waarnaar ik hen zal verbannen.
Gerelateerd aan Jeremia 44:12

Jeremia 29:22

En alle Judese ballingen in Babel zullen aan hun lot een vloek ontlenen: “Moge de HEER het je laten vergaan als Sedekia en Achab, die de koning van Babylonië boven het vuur geroosterd heeft.”