Gerelateerd aan Jeremia 40
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Jeremia 31:15
Dit zegt de HEER: In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer.
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Handelingen 28:20
Dat is de reden waarom ik u verzocht heb hier met mij te komen spreken, want het is juist omwille van de hoop die Israël koestert dat ik deze boeien draag.’
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Handelingen 21:13
Maar Paulus antwoordde: ‘Waarom proberen jullie me door je tranen te vermurwen? Ik ben niet alleen bereid me in Jeruzalem gevangen te laten nemen, maar ook om er te sterven omwille van de naam van de Heer Jezus.’
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Jozua 18:25
Verder Gibeon, Rama, Beërot,
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Handelingen 12:6
In de nacht voordat hij voorgeleid zou worden, lag Petrus te slapen tussen twee soldaten, aan wie hij met twee kettingen was vastgeketend. Ook voor de deur van de kerker stonden bewakers.
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Efeze 6:20
waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
1 Samuel 7:17
Dan keerde hij weer terug naar zijn woonplaats Rama, van waaruit hij Israël bestuurde en waar hij een altaar had gebouwd voor de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Psalmen 107:16
bronzen deuren heeft hij verbrijzeld, ijzeren grendels verbroken.
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Jeremia 39:11
Met betrekking tot Jeremia gaf koning Nebukadnessar van Babylonië aan Nebuzaradan, de commandant van zijn lijfwacht, de volgende opdracht:
Gerelateerd aan Jeremia 40:1
Psalmen 68:6
(68:7) God geeft eenzamen een thuis en gevangenen vrijheid en voorspoed. Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond.
Gerelateerd aan Jeremia 40:2
Deuteronomium 29:24
(29:23) bij ieder volk rijst dan de vraag: “Waarom behandelt de HEER dit land zo? Waarom is zijn toorn zo hevig opgelaaid?”
Gerelateerd aan Jeremia 40:2
Jeremia 22:8
Dan zullen vele volken langs deze stad trekken en vragen: “Waarom heeft de HEER deze machtige stad zo zwaar getroffen?”
Gerelateerd aan Jeremia 40:2
2 Kronieken 7:20
(20-21) dan zal ik de Israëlieten verdrijven van het grondgebied dat ik hun gegeven heb en wil ik niets meer weten van deze tempel, die ik voor mijn naam heb geheiligd. Deze tempel, ooit hoog verheven, zal dan bij alle volken het mikpunt worden van hoon en spot; ieder die er voorbijkomt zal huiveren. En wie zich afvraagt waarom de HEER zo tegen dit land en deze tempel is opgetreden,
Gerelateerd aan Jeremia 40:2
1 Koningen 9:8
en van deze tempel zal alleen een puinhoop overblijven, zodat ieder die er voorbijkomt zal huiveren en sissen van afschuw. En wie zich afvraagt waarom de HEER zo tegen dit land en deze tempel is opgetreden,
Gerelateerd aan Jeremia 40:2
Klaagliederen 2:15
Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Jeremia 40:3
Romeinen 2:5
Doordat u zo hardleers bent en niet tot inkeer wilt komen, maakt u dat de straf waartoe God u veroordeelt op de dag dat hij zijn rechtvaardig vonnis uitspreekt en uitvoert, alleen maar zwaarder wordt.
Gerelateerd aan Jeremia 40:3
Jeremia 50:7
Voor wie hun pad kruisten, waren ze een prooi. Hun belagers zeiden: “Wij maken ons niet schuldig, zijzelf hebben gezondigd tegen de HEER, hun ware weidegrond, tegen de HEER, de bron van hoop voor hun voorouders.”
Gerelateerd aan Jeremia 40:3
Daniel 9:11
Alle Israëlieten hebben uw wet overtreden, zijn daarvan afgeweken en hebben niet naar u geluisterd. De met een eed bekrachtigde vervloekingen die opgetekend staan in de wet van Mozes, de dienaar van God, zijn over ons uitgestort, want wij hebben tegen u gezondigd.
Gerelateerd aan Jeremia 40:3
Romeinen 3:19
Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God.
Gerelateerd aan Jeremia 40:3
Deuteronomium 29:25
(29:24) Dit zal het antwoord zijn: “Zij hebben het verbond geschonden dat de HEER, de God van hun voorouders, met hen sloot toen hij hen wegleidde uit Egypte;
1
2
3
4
5
6
7