Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 42:1
De bevelhebbers van het leger, onder wie Jochanan, de zoon van Kareach, en Jezanja, de zoon van Hosaäja, kwamen met de andere Judeeërs, van jong tot oud, naar de profeet Jeremia
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Deuteronomium 3:14
Jaïr, een nakomeling van Manasse, veroverde het gebied van Argob tot aan de grens met Gesur en Maächa en noemde Basan de Dorpen van Jaïr, naar zichzelf, en zo heet het tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jozua 12:5
Hij heerste over het Hermongebergte, Salka en heel Basan tot aan de gebieden Gesur en Maächa, en verder over de andere helft van Gilead tot aan het gebied van koning Sichon uit Chesbon.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Nehemia 7:26
188 inwoners van Betlehem en Netofa
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
2 Samuel 10:6
De Ammonieten beseften dat ze zich bij David onmogelijk hadden gemaakt. Daarom wierven ze huurlingen: twintigduizend man voetvolk bij de Arameeërs van Rechob en Soba, duizend man bij de koning van Maächa en nog eens twaalfduizend bij Is-Tob.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
2 Samuel 10:8
De Ammonieten rukten uit en stelden zich in slagorde op voor de poort. De Arameeërs van Soba en Rechob en de mannen van Is-Tob en Maächa betrokken stellingen elders in het veld.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
2 Samuel 23:28
(28-29) Salmon uit Achoach; Maharai en Cheleb, de zoon van Baäna, beiden uit Netofa; Ittai, de zoon van Ribai, uit Gibea in Benjamin;
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 42:8
waarna deze Jochanan, de zoon van Kareach, de bevelhebbers en de andere Judeeërs, van jong tot oud, bij zich riep.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 43:2
of Azarja, de zoon van Hosaäja, Jochanan, de zoon van Kareach, en de andere eigengereide Judeeërs zeiden tegen hem: ‘U liegt. De HEER, onze God, heeft u niet gezonden met de boodschap niet naar Egypte uit te wijken.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 40:6
Jeremia ging naar Gedalja, de zoon van Achikam, in Mispa, en ging bij hem wonen, te midden van zijn volksgenoten die nog in het land waren overgebleven.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Ezra 2:22
56 inwoners van Netofa
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 40:11
Toen de Judeeërs in Moab, Ammon, Edom en in andere landen hoorden dat de koning van Babylonië een deel van de Judeeërs in het land had laten blijven en dat hij Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan, tot hun gouverneur had benoemd,
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
1 Kronieken 11:30
Maharai en Cheled, de zoon van Baäna, beiden uit Netofa;
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
1 Kronieken 2:54
Van Salma stammen de bewoners van Betlehem, Netofa en Atrot-bet-Joab af, half Manachat, de Sorieten
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 37:15
Dezen werden woedend op Jeremia, lieten hem stokslagen geven en zetten hem achter slot en grendel in het huis van de schrijver Jonatan, waarvan een gevangenis was gemaakt.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
2 Samuel 23:34
Elifelet, de zoon van Achasbai uit Maächa; Eliam, de zoon van Achitofel, uit Gilo;
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 43:5
Zij gingen op weg, met de overlevenden van Juda, met de ballingen die uit alle volken waren teruggekeerd om in Juda te gaan wonen,
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
1 Kronieken 2:48
Kalebs bijvrouw Maächa baarde Seber en Tirchana.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
2 Koningen 25:23
Toen de bevelhebbers van het leger en hun manschappen daarvan hoorden, zochten zij Gedalja in Mispa op: Jismaël, de zoon van Netanja, Jochanan, de zoon van Kareach, Seraja, de zoon van Tanchumet uit Netofa, en Jaäzanja, de zoon van iemand uit Maächa, allen met hun mannen.
Gerelateerd aan Jeremia 40:8
Jeremia 38:26
Zeg dan: “Ik heb de koning gesmeekt mij niet te laten teruggaan naar het huis van Jonatan, want daar zou ik sterven.”’
1
2