Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Gerelateerd aan Jeremia 4:30

2 Koningen 9:30

Toen Izebel hoorde dat Jehu onderweg was naar Jizreël, zette ze haar ogen aan, maakte haar kapsel op en ging bij haar venster op de uitkijk staan.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Klaagliederen 1:2

Heel de nacht weent zij, haar wangen zijn nat van tranen. Er is niemand die haar troost, niemand van haar vele minnaars; geen vriend bleef haar trouw, allen zijn haar vijandig gezind.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Jesaja 10:3

Maar wat doen jullie op de dag van de vergelding, wanneer ver weg de storm opsteekt? Bij wie zoeken jullie dan je toevlucht, waar laten jullie je rijke buit?
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Klaagliederen 1:19

Ik riep om mijn minnaars, maar zij lieten mij in de steek. Mijn priesters en oudsten zijn in de stad omgekomen, zoekend naar voedsel om in leven te blijven.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Jesaja 20:6

Dan zullen de bewoners van de kuststreek verzuchten: “Als het hun al zo vergaat, onze hoop, bij wie wij onze toevlucht hebben gezocht om aan de koning van Assyrië te ontkomen, hoe kunnen wij dan gered worden?”’
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Ezechiel 23:9

Daarom leverde ik haar uit aan haar minnaars, de Assyriërs naar wie zij had verlangd,
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Jeremia 13:21

Wat zul je zeggen als je heerser zich tegen je keert, die je zelf gekozen hebt? Zul je dan niet ineenkrimpen van pijn als een vrouw in barensnood?
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Openbaring 17:2

De koningen op aarde hebben ontucht met haar gepleegd, en de mensen die op aarde leven hebben zich bedronken aan de wijn van haar ontucht.'
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Jeremia 5:31

de profeten profeteren leugens, de priesters treden eigenmachtig op. En dat bevalt mijn volk! Wat zullen jullie doen als je einde nadert?
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Ezechiel 23:28

Nu dan-zegt God, de HEER -,ik lever je uit aan de mannen die je haat en van wie je een afkeer hebt gekregen.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Openbaring 17:16

De tien horens die je zag en het beest zelf zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten. Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Ezechiel 28:9

Zul je blijven zeggen: 'Ik ben een god!' als je oog in oog staat met je moordenaars? Wanneer je in de macht bent van hen die je zullen doden, zal blijken dat je een mens bent, en geen god.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Openbaring 17:4

Ze droeg purperen en scharlakenrode kleren en gouden sieraden, edelstenen en parels. In haar hand had ze een gouden beker vol gruwelijkheden, al haar liederlijke wandaden,
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Ezechiel 28:13

Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Hebreeën 2:3

hoe zullen wij dan aan die straf ontkomen wanneer we geen acht slaan op de zoveel meer omvattende redding die begonnen is met de woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord?
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Openbaring 17:13

Ze hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen en dragen hun macht en gezag over aan het beest.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Jeremia 22:20

Beklim de Libanon en schreeuw het uit, verhef je stem in Basan, schreeuw het uit vanaf de Abarim, want al je minnaars zijn verslagen.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Ezechiel 23:22

Daarom-dit zegt God, de HEER: Ik zet je minnaars, van wie je een afkeer hebt gekregen, tegen je op; ik laat ze overal vandaan naar je optrekken:
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Ezechiel 23:40

Ook hebben ze boden gezonden naar mannen in verre landen. En ze zijn gekomen, de mannen voor wie je je gebaad hebt, voor wie je je ogen hebt opgemaakt en voor wie je je met sieraden hebt behangen.
Gerelateerd aan Jeremia 4:30

Jesaja 33:14

De zondaars in Sion sidderen, de goddelozen worden door angst bevangen: ‘Wie van ons kan wonen in verterend vuur? Wie kan wonen in vuur dat eeuwig brandt?’
1
2
Volgende