Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 21:7

En dan-spreekt de HEER -lever ik koning Sedekia van Juda, zijn hof en allen die in deze stad de pest, het zwaard en de honger hebben overleefd, uit aan koning Nebukadnessar van Babylonië, aan hun vijanden, die hun naar het leven staan. Hij zal hen aan het zwaard rijgen en niemand sparen; hij zal onverbiddelijk zijn en geen medelijden hebben.’
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 38:24

Sedekia zei tegen Jeremia: ‘Als uw leven u lief is, vertel dan niemand iets over ons gesprek.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 37:3

Op een dag stuurde koning Sedekia Juchal, de zoon van Selemja, en de priester Sefanja, de zoon van Maäseja, naar de profeet Jeremia met het verzoek: ‘Wilt u voor ons tot de HEER, onze God, bidden?’
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 38:14

Op een dag liet koning Sedekia de profeet Jeremia opnieuw bij zich komen, in het derde poortgebouw van de tempel. Hij zei tegen hem: ‘Ik wil weten of de HEER gesproken heeft. Verzwijg niets voor me.’
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

1 Koningen 22:16

Hierop zei de koning: 'Hoe vaak heb ik u niet bezworen om in de naam van de HEER niets dan de waarheid tegen mij te spreken?'
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Ezechiel 12:12

Hun vorst zal ook een last op zijn schouders laden en naar buiten gaan als het helemaal donker is. Ze zullen een gat in de stadsmuur maken om hem door te laten, en hij zal zijn gezicht bedekken, want hij zal zijn land niet meer terugzien.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 21:1

De HEER richtte zich tot Jeremia, nadat koning Sedekia Paschur, de zoon van Malkia, en de priester Sefanja, de zoon van Maäseja, naar hem toe gestuurd had. Ze zeiden tegen Jeremia:
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 24:8

Maar die bedorven vijgen die niet meer te eten zijn-ja, dit zegt de HEER: Die vijgen staan voor koning Sedekia van Juda, en voor zijn raadsheren en de mensen uit Jeruzalem die in dit land zijn overgebleven of in Egypte zijn gaan wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

1 Koningen 14:1

In die tijd werd Jerobeams zoon Abia ziek.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 38:5

Koning Sedekia antwoordde: ‘Doe met hem wat je wilt; ik kan jullie niet tegenhouden.’
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Ezechiel 21:25

(21:30) En wat jou betreft, goddeloze, ontaarde vorst van Israël: voor jou is de dag van de afrekening gekomen.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 15:11

HEER, ik heb voor hen toch tot u gebeden, voor hen gepleit in tijden van rampspoed en nood?
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 39:6

De koning van Babylonië slachtte zijn zonen en alle vooraanstaande burgers van Juda voor Sedekia’s ogen af,
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

2 Koningen 3:11

Maar Josafat vroeg: 'Is er hier geen profeet van de HEER, die voor ons de HEER kan raadplegen?' Een van de dienaren van de koning van Israël zei dat Elisa, de zoon van Safat, bij hen was, die altijd water uitgoot over de handen van Elia.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 32:3

Koning Sedekia had hem daar gevangengezet omdat hij had geprofeteerd: ‘Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië; hij zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Markus 6:20

want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Ezechiel 17:19

Daarom, zo waar ik leef, zegt God, de HEER: Ik zal hem laten boeten omdat hij het verbond met mij niet heeft nageleefd en de eed heeft gebroken die hij bij mijn naam gezworen had.
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 34:21

Ook koning Sedekia van Juda en zijn raadgevers lever ik uit aan hun vijanden, die hun naar het leven staan. Ik lever hen uit aan het leger van de koning van Babylonië. Dat trekt nu van jullie weg,
Gerelateerd aan Jeremia 37:17

Jeremia 29:16

Maar dit zegt de HEER over de koning die op de troon van David zit en over de hele bevolking van Jeruzalem, je volksgenoten die niet met jullie in ballingschap zijn gegaan,