Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Zacharia 14:10
Het hele land wordt zo vlak als de Jordaanvallei, van Geba in het noorden tot aan Rimmon in het zuiden. Maar Jeruzalem zal zijn hoogverheven plaats behouden. Van de Benjaminpoort tot aan de oude poort, de Hoekpoort, en van de Chananeltoren tot aan de koninklijke perskuipen
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 38:7
Ebed-Melech, een hoveling afkomstig uit Nubië, hoorde daarvan. Hij bevond zich in het koninklijk paleis, terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort.
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Lukas 23:2
Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: ‘We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.’
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 21:9
Wie hier blijft zal sterven door het zwaard, de honger of de pest, maar wie de stad verlaat en zich overgeeft aan de Chaldese belegeraars zal zijn leven behouden.
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Handelingen 6:11
Daarop zetten ze anderen ertoe aan te verklaren dat ze hadden gehoord dat Stefanus Mozes en God had gelasterd.
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Handelingen 24:5
Het is ons gebleken dat deze man een ware pest is en dat hij overal ter wereld onlusten onder de Joden veroorzaakt. Als een van de voornaamste leiders van de sekte van de Nazoreeërs
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 18:18
‘Ze zeiden: “Laten we iets tegen Jeremia ondernemen. Want het onderricht van onze priesters, de raad van onze wijzen, de verkondiging van onze profeten zullen allerminst verdwijnen. Kom, we brengen hem in opspraak, we schenken aan zijn woorden niet langer gehoor.”
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 20:10
Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.”
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Handelingen 24:13
Mijn aanklagers beschikken over geen enkel bewijs voor hun beschuldigingen.
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 38:1
Sefatja, de zoon van Mattan, Gedalja, de zoon van Paschur, Juchal, de zoon van Selemja, en Paschur, de zoon van Malkia, hoorden dat Jeremia de mensen bleef toespreken:
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 27:12
Ik sprak dezelfde woorden tot koning Sedekia van Juda: ‘Laat u het juk van de koning van Babylonië opleggen, onderwerp u aan hem en zijn volk, dan zult u in leven blijven.
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 38:10
De koning beval Ebed-Melech: ‘Ga met dertig man naar die waterkelder en haal Jeremia naar boven, voordat hij sterft.’
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 27:6
Ik heb jullie landen nu allemaal in handen gegeven van mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië; zelfs de wilde dieren heb ik aan hem onderworpen.
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 28:14
Want dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik leg alle volken een ijzeren juk op, waarmee ze koning Nebukadnessar van Babylonië moeten dienen. Zelfs de wilde dieren onderwerp ik aan hem.’
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 38:4
De raadsheren zeiden tegen de koning: ‘Die man moet ter dood gebracht worden. Door zulke dingen te zeggen ondermijnt hij immers het moreel van de inwoners en van de soldaten die hier nog overgebleven zijn. Hij heeft niet hun behoud voor ogen, maar hun ondergang.’
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Jeremia 36:12
ging hij naar het paleis van de koning. Hij betrad het vertrek van de hofschrijver, waar de raadsheren in vergadering bijeen waren: Elisama, de hofschrijver, Delaja, de zoon van Semaja, Elnatan, de zoon van Achbor, Gemarja, de zoon van Safan, Sedekia, de zoon van Chananja, en de andere raadsheren.
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
2 Korinthe 6:8
we worden geëerd en gesmaad, belasterd en geprezen. We worden bedriegers genoemd maar spreken de waarheid,
Gerelateerd aan Jeremia 37:13
Amos 7:10
Toen stuurde Amasja, de priester van Betel, deze boodschap aan Jerobeam, de koning van Israël: 'Amos hitst de Israëlieten tegen u op; het volk zal geen weerstand aan zijn woorden kunnen bieden.