Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 36:11
Toen Micha, de zoon van Gemarja, de zoon van Safan, hoorde voorlezen wat de HEER had gezegd,
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 52:25
En uit de stad haalde hij de raadsheer die belast was met oorlogszaken, zeven van de raadsheren die vrij toegang hadden tot de koning, de secretaris van de opperbevelhebber, die het volk onder de wapenen riep, en zestig mensen uit het gewone volk.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 26:10
Toen de leiders van Juda hoorden wat er gebeurde, kwamen ze van het koninklijk paleis naar de tempel en namen ze plaats in het nieuwe poortgebouw.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 35:4
naar de tempel van de HEER, naar de hal van de leerlingen van de godsman Chanan, de zoon van Jigdaljahu. Die ligt naast de hal van de raadsheren en boven die van Maäseja, de zoon van Sallum, het hoofd van de tempelwacht.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 36:25
Hoewel Elnatan, Delaja en Gemarja er nog bij de koning op aandrongen de rol niet te verbranden, luisterde hij niet.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
2 Samuel 8:17
Sadok, de zoon van Achitub, en Abjatar, de zoon van Achimelech, waren priester; Seraja was hofschrijver;
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
2 Samuel 20:25
en Seja was hofschrijver; Sadok en Abjatar waren priester,
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 36:8
Baruch, de zoon van Neria, deed wat de profeet Jeremia hem had opgedragen. In de tempel van de HEER las hij uit de boekrol voor wat de HEER had gezegd.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 36:6
moet jij ernaartoe gaan. Ga op een vastendag en lees in het openbaar de woorden van de HEER voor die ik je gedicteerd heb; aan iedereen, ook aan de Judeeërs die uit andere steden zijn gekomen.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
2 Koningen 15:35
Toch bleven de offerplaatsen bestaan en bleven de Judeeërs daar offers brengen en wierook branden. Het was Jotam die de Bovenpoort van de tempel van de HEER bouwde.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
2 Koningen 18:37
Hofmeester Eljakim, de zoon van Chilkia, hofschrijver Sebna en kanselier Joach, de zoon van Asaf, gingen met gescheurde kleren naar Hizkia om hem de woorden van de rabsake over te brengen.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 26:24
Maar Jeremia werd beschermd door Achikam, de zoon van Safan, zodat hij niet werd uitgeleverd aan het volk, dat hem wilde doden.
Gerelateerd aan Jeremia 36:10
Jeremia 29:3
Hij liet hem bezorgen door Elasa, de zoon van Safan, en Gemarja, de zoon van Chilkia, de gezanten die namens koning Sedekia van Juda naar koning Nebukadnessar in Babel reisden. De brief had de volgende inhoud: