Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jozua 10:3
Koning Adonisedek stuurde boden naar Hoham, de koning van Hebron, Piram, de koning van Jarmut, Jafia, de koning van Lachis, en Debir, de koning van Eglon. Hij vroeg hun:
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
2 Koningen 18:13
In het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia trok koning Sanherib van Assyrië op tegen de versterkte steden van Juda en nam ze in.
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jeremia 4:5
Maak bekend in Juda, laat horen in Jeruzalem, beveel: “Blaas de ramshoorn in het land!” Roep luid: “Verzamelen! Verschans je in je vestingsteden.
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jozua 15:35
Jarmut, Adullam, Socho, Azeka,
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
2 Kronieken 11:5
Rechabeam zetelde in Jeruzalem. Van verschillende steden in Juda en Benjamin maakte hij vestingsteden:
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Deuteronomium 28:52
Ze belegeren alle steden in het land dat de HEER, uw God, u heeft gegeven, totdat de hoge, versterkte muren waar u zo op vertrouwt, allemaal gevallen zijn. De nood in die steden zal zo hoog stijgen
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
2 Kronieken 27:4
Hij bouwde vestingen in het bergland van Juda en burchten en torens in de beboste gebieden.
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jeremia 34:1
De HEER richtte de volgende woorden tot Jeremia, toen koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger en de troepen van alle koninkrijken en volken die hij onderworpen had, de aanval had ingezet op Jeruzalem en de omliggende steden:
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jeremia 8:14
‘Waarom talmen wij nog langer? Verzamelen! Laten we ons verschansen in de vestingsteden, onze ondergang afwachten, want de HEER, onze God, heeft ons voor de ondergang bestemd. Hij heeft ons giftig water te drinken gegeven, omdat wij gezondigd hebben tegen de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Micha 1:13
Bind de wagen aan het span, bevolking van Lachis; in jou huist het kwaad van Israël, de oorsprong van de zonde van Sion.
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
2 Koningen 19:8
Inmiddels had de rabsake zich weer bij zijn koning gevoegd, die, zoals hij had vernomen, zijn kamp bij Lachis had opgebroken en nu de aanval had geopend op Libna.
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jeremia 11:12
De steden van Juda en de inwoners van Jeruzalem zullen de goden om hulp roepen voor wie zij nu wierook branden. Maar die komen hen in hun nood niet helpen,
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jozua 12:11
Jarmut, Lachis,
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jozua 15:39
Lachis, Boskat, Eglon,
Gerelateerd aan Jeremia 34:7
Jozua 10:10
Toen de soldaten van de vijand het leger van Israël zagen verschijnen, zaaide de HEER paniek in hun gelederen, zodat de Israëlieten hun bij Gibeon een zware nederlaag konden toebrengen. Ze achtervolgden hen tot aan de pas van Bet-Choron, en nog verder-ja, ze sloegen hen zelfs vlak voor Azeka en Makkeda nog neer.