Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 21:10

Want ik heb mij tegen deze stad gekeerd: ik zal haar niet redden, maar ten onder laten gaan-spreekt de HEER. Ze zal de koning van Babylonië in handen vallen en hij zal haar in vlammen doen opgaan.’
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 34:22

maar op mijn bevel-spreekt de HEER -zal het naar deze stad terugkeren en haar weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan. Ik maak de steden van Juda tot een woestenij waar niemand meer kan wonen.’
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

2 Kronieken 36:11

Sedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem.
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 22:1

Dit zei de HEER: ‘Ga naar het paleis van de koning van Juda en breng hem deze boodschap:
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 37:8

De Chaldeeën zullen terugkomen, de stad opnieuw aanvallen, haar innemen en in vlammen doen opgaan.
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 32:3

Koning Sedekia had hem daar gevangengezet omdat hij had geprofeteerd: ‘Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië; hij zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 21:4

Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik zal jullie dwingen je niet langer buiten, maar binnen de muren van de stad tegen de koning van Babylonië en de Chaldeeën te verdedigen.
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 32:28

Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de Chaldeeën, koning Nebukadnessar van Babylonië zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 38:23

Al uw vrouwen en uw kinderen worden aan de Chaldeeën uitgeleverd. Ook u zult niet aan hen ontkomen, maar gevangengenomen worden en aan de koning van Babylonië worden uitgeleverd. En deze stad zal in vlammen opgaan.’
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 37:1

Koning Nebukadnessar van Babylonië liet Jechonja, de zoon van Jojakim, als koning van Juda opvolgen door Sedekia, de zoon van Josia.
Gerelateerd aan Jeremia 34:2

Jeremia 39:8

De Chaldeeën staken het koninklijk paleis en de huizen van de bevolking in brand, en ze haalden de muren van Jeruzalem neer.