Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 35:10
Zij die de HEER heeft bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 58:11
De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Johannes 16:22
Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 65:19
Dan zal ik over Jeruzalem jubelen en mij verblijden over mijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Ezechiel 17:23
Op de hoogste berg van Israël zal ik het planten, het zal takken dragen en vruchten voortbrengen, en een prachtige ceder worden. In die boom, in de schaduw van zijn takken, zullen vogels wonen, alle soorten vogels die er zijn.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Joel 3:18
(4:18) Dan, in die tijd, zal de wijn van de bergen druipen en de melk van de heuvels vloeien; alle waterstromen van Juda zullen bruisen, en in het huis van de HEER ontspringt een bron die zelfs het droogste woestijndal bevloeit.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Hosea 3:5
Dan zullen ze weer verlangen naar de HEER, hun God, en hun koning David; en uiteindelijk keren ze vol ontzag terug naar de HEER en zijn zegen.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Openbaring 7:17
Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.'
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Openbaring 21:4
Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.'
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 60:20
Je zon zal niet meer ondergaan, je maan niet meer verbleken, want de HEER zal je voor altijd licht geven. De dagen van je rouw zijn voorbij.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jeremia 31:4
Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Romeinen 2:4
Veracht u dan zijn onbegrensde goedheid, geduld en verdraagzaamheid, en weet u niet dat zijn goedheid u tot inkeer wil brengen?
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Zacharia 9:15
De HEER van de hemelse machten is hun schild. Ze zullen de vijand verslinden en zijn slingerstenen verbrijzelen, ze zullen zijn bloed drinken tot ze dronken zijn, tot ze ervan overlopen als een plengschaal en met bloed besmeurd zijn als de hoeken van een altaar.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 51:11
Wie door de HEER zijn bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Micha 4:1
Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Volken zullen daar samenstromen,
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Psalmen 130:4
Maar bij u is vergeving, daarom eert men u met ontzag.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 1:30
Jullie worden als een terebint waarvan het blad verwelkt, als een tuin zonder water.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 2:2
Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen,
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Jesaja 12:1
Op die dag zul je zeggen: ‘Ik zal u loven, HEER. U bent woedend op mij geweest, maar uw toorn is geweken, u troost mij.
Gerelateerd aan Jeremia 31:12
Ezechiel 20:40
Want alleen op mijn heilige berg, op de verheven berg van Israël-spreekt God, de HEER -mag het volk van Israël mij dienen, iedereen, uit het hele land. Daar zal jullie gedrag mij met vreugde vervullen. De kostbaarste offers, het beste wat jullie te geven hebben, moet aan mij worden gewijd.
1
2