Gerelateerd aan Jeremia 27:20
Gerelateerd aan Jeremia 27:20
Jeremia 24:1
De HEER liet mij twee manden met vijgen zien, nadat koning Nebukadnessar van Babylonië koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, samen met de leiders van Juda en de smeden en de wapenmeesters uit Jeruzalem naar Babel had weggevoerd. De manden waren voor de tempel gezet.
Gerelateerd aan Jeremia 27:20
2 Kronieken 36:10
Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachins broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.
Gerelateerd aan Jeremia 27:20
Jeremia 22:28
Is Jechonja soms een afgedankte, stukgeslagen pot, is deze man een kruik die nergens meer toe dient? Waarom worden hij en zijn kinderen weggeworpen, verdreven naar een onbekend land?
Gerelateerd aan Jeremia 27:20
2 Koningen 24:14
Heel Jeruzalem werd in ballingschap weggevoerd: alle legeraanvoerders en alle krijgslieden, tienduizend man, en alle handwerkslieden en smeden; alleen de onaanzienlijksten van het gewone volk bleven achter.
Gerelateerd aan Jeremia 27:20
2 Kronieken 36:18
En alle voorwerpen uit de tempel van God, de grote zowel als de kleine, liet hij naar Babel overbrengen, evenals de schatten uit de tempel en de kostbaarheden van de koning en zijn raadsheren.