Gerelateerd aan Jeremia 27:11-12
Gerelateerd aan Jeremia 27:11
Jeremia 27:8
Het volk of koninkrijk dat zich niet aan hem, koning Nebukadnessar van Babylonië, wil onderwerpen, dat zich niet zijn juk wil laten opleggen, zal ik straffen met het zwaard, de honger en de pest, totdat ik het door zijn toedoen vernietigd heb-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 27:11
Jeremia 27:2
De HEER zei tegen mij: ‘Maak jukken met riemen en leg die op je nek.
Gerelateerd aan Jeremia 27:11
Jeremia 21:9
Wie hier blijft zal sterven door het zwaard, de honger of de pest, maar wie de stad verlaat en zich overgeeft aan de Chaldese belegeraars zal zijn leven behouden.
Gerelateerd aan Jeremia 27:11
Jeremia 40:9
Gedalja bezwoer hun: ‘Wees niet bang om de Chaldeeën te dienen. U kunt in het land blijven wonen, en zolang u de koning van Babylonië dient zal het u goed gaan.
Gerelateerd aan Jeremia 27:11
Jeremia 42:10
Als jullie in dit land blijven, zal ik jullie opbouwen en niet afbreken, zal ik jullie planten en niet uitrukken, want ik heb spijt van het onheil waarmee ik jullie getroffen heb.
Gerelateerd aan Jeremia 27:11
Jeremia 27:12
Ik sprak dezelfde woorden tot koning Sedekia van Juda: ‘Laat u het juk van de koning van Babylonië opleggen, onderwerp u aan hem en zijn volk, dan zult u in leven blijven.
Gerelateerd aan Jeremia 27:11
Jeremia 38:2
‘Dit zegt de HEER: Wie in deze stad blijven, zullen sterven door het zwaard, de honger en de pest, maar wie zich overgeven aan de Chaldeeën zullen het er levend afbrengen.
Gerelateerd aan Jeremia 27:12
Jeremia 38:17
Toen zei Jeremia: ‘Dit zegt de HEER, de God van de hemelse machten, de God van Israël: Als u zich overgeeft aan de bevelhebbers van de koning van Babylonië, zult u in leven blijven. Deze stad zal niet in vlammen opgaan en u en uw familie zullen worden gespaard.
Gerelateerd aan Jeremia 27:12
Jeremia 28:1
In datzelfde jaar, in de vijfde maand van het vierde regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, zei de profeet Chananja uit Gibeon, de zoon van Azzur, in de tempel van de HEER ten overstaan van de priesters en alle andere aanwezigen tegen mij:
Gerelateerd aan Jeremia 27:12
Ezechiel 17:11
De HEER richtte zich tot mij:
Gerelateerd aan Jeremia 27:12
2 Kronieken 36:11
Sedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem.
Gerelateerd aan Jeremia 27:12
Jeremia 27:2
De HEER zei tegen mij: ‘Maak jukken met riemen en leg die op je nek.
Gerelateerd aan Jeremia 27:12
Spreuken 1:33
Maar wie naar mij luistert, zal veilig zijn, hij hoeft geen angst te hebben voor het kwaad.'
Gerelateerd aan Jeremia 27:12
Jeremia 27:8
Het volk of koninkrijk dat zich niet aan hem, koning Nebukadnessar van Babylonië, wil onderwerpen, dat zich niet zijn juk wil laten opleggen, zal ik straffen met het zwaard, de honger en de pest, totdat ik het door zijn toedoen vernietigd heb-spreekt de HEER.