Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 36:10

las Baruch in de tempel van de HEER de aanwezigen alles wat Jeremia had gezegd uit de boekrol voor. Hij deed dat in het vertrek van Gemarja, de zoon van de hofschrijver Safan, in de bovenste voorhof, vlak bij de nieuwe tempelpoort.
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 37:14

‘Dat is niet waar, ‘antwoordde Jeremia, ‘ik wil niet overlopen.’ Maar Jiria geloofde hem niet, greep hem vast en bracht hem naar de raadsheren.
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

2 Koningen 15:35

Toch bleven de offerplaatsen bestaan en bleven de Judeeërs daar offers brengen en wierook branden. Het was Jotam die de Bovenpoort van de tempel van de HEER bouwde.
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 38:4

De raadsheren zeiden tegen de koning: ‘Die man moet ter dood gebracht worden. Door zulke dingen te zeggen ondermijnt hij immers het moreel van de inwoners en van de soldaten die hier nog overgebleven zijn. Hij heeft niet hun behoud voor ogen, maar hun ondergang.’
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 26:16

Toen zeiden de leiders en de andere aanwezigen tegen de priesters en de profeten: ‘Deze man kan niet ter dood gebracht worden, want hij heeft in de naam van de HEER, onze God, tot ons gesproken.’
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Ezechiel 22:6

Israëls vorsten hebben er hun macht misbruikt en bloed vergoten,
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 26:24

Maar Jeremia werd beschermd door Achikam, de zoon van Safan, zodat hij niet werd uitgeleverd aan het volk, dat hem wilde doden.
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Ezechiel 22:27

De leiders in de stad waren als wolven die hun prooi verscheuren. Door bloed te vergieten, door mensen te gronde te richten, joegen ze hun eigen gewin na.
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 36:12

ging hij naar het paleis van de koning. Hij betrad het vertrek van de hofschrijver, waar de raadsheren in vergadering bijeen waren: Elisama, de hofschrijver, Delaja, de zoon van Semaja, Elnatan, de zoon van Achbor, Gemarja, de zoon van Safan, Sedekia, de zoon van Chananja, en de andere raadsheren.
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 36:25

Hoewel Elnatan, Delaja en Gemarja er nog bij de koning op aandrongen de rol niet te verbranden, luisterde hij niet.
Gerelateerd aan Jeremia 26:10

Jeremia 34:19

De leiders van Juda en Jeruzalem, de hovelingen, de priesters en de rest van de bevolking, allen die tussen de stukken door zijn gelopen,