Gerelateerd aan Jeremia 25:11-12
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
Daniel 9:2
in het eerste jaar van zijn koningschap, leidde ik, Daniël, uit de boeken af hoeveel jaren het zou duren voordat de puinhopen van Jeruzalem verdwenen zouden zijn. Zoals de HEER aan de profeet Jeremia had gezegd, waren dat er zeventig.
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
Zacharia 1:12
Toen riep de engel van de HEER uit: 'HEER van de hemelse machten, hoe lang zal het nog duren voor u erbarmen toont met Jeruzalem en de steden van Juda, waarop u nu al zeventig jaar verbolgen bent?'
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
2 Kronieken 36:21
Zo ging in vervulling wat de HEER bij monde van Jeremia had voorzegd. Zeventig jaar bleef het land braak liggen en had het rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed waren.
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
Zacharia 7:5
'Zeg tegen de bevolking van dit land en tegen de priesters: "Wanneer jullie in de vijfde en de zevende maand rouwen en vasten, nu al zeventig jaar lang, doe je dat dan werkelijk voor mij?
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
Jeremia 25:12
Maar als die zeventig jaar voorbij zijn, zal ik de koning van Babylonië en zijn volk voor hun misdaden laten boeten-spreekt de HEER. Ik maak het land van de Chaldeeën voor altijd tot een woestenij.
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
Jeremia 12:11
Hij is een wildernis geworden, dor en verlaten ligt hij erbij. Heel het land is verwilderd, want niemand bekommert zich erom.
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
Jeremia 4:27
Want dit zegt de HEER: ‘Heel het land wordt een woestenij, maar vernietigen zal ik het niet.
Gerelateerd aan Jeremia 25:11
Jesaja 23:15
Op die dag zal Tyrus in vergetelheid raken, gedurende zeventig jaar, de levenstijd van een koning. Aan het eind van die zeventig jaar zal het Tyrus vergaan als de hoer uit het liedje:
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Daniel 9:2
in het eerste jaar van zijn koningschap, leidde ik, Daniël, uit de boeken af hoeveel jaren het zou duren voordat de puinhopen van Jeruzalem verdwenen zouden zijn. Zoals de HEER aan de profeet Jeremia had gezegd, waren dat er zeventig.
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jesaja 13:19
Babel, de parel onder de koninkrijken, de grote trots van de Chaldeeën, Babel wordt als Sodom en Gomorra, steden door God verwoest.
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jeremia 29:10
Dit zegt de HEER: Als er in Babel zeventig jaar voorbij zijn, zal ik naar jullie omzien. Dan zal ik mijn belofte gestand doen door jullie naar Jeruzalem te laten terugkeren.
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Ezra 1:1
In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging in vervulling wat de HEER Jeremia had laten aankondigen. Hij zette de koning ertoe aan om in zijn hele koninkrijk mondeling en ook schriftelijk het volgende besluit bekend te laten maken:
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jesaja 14:23
Ik maak van Babel een groot moeras, een verblijf van stekelvarkens. Ik veeg het weg met een bezem van vernietiging- spreekt de HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jeremia 50:1
De HEER sprak bij monde van de profeet Jeremia de volgende woorden over Babel en Chaldea.
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jeremia 51:62
Verder moet u het volgende zeggen: “HEER, u bent het die heeft aangekondigd dat hij deze stad gaat verwoesten. Niets of niemand zal er nog wonen, mens noch dier, ze wordt voor altijd een verlaten oord.”
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jeremia 25:14
Dan zullen de Chaldeeën zelf door vele volken en machtige koningen worden onderworpen. Zo zal ik hun vergelden wat ze hebben misdaan.’
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jesaja 46:1
Bel is gebroken, Nebo ligt geveld. Eens droegen jullie hen plechtig rond, maar nu zijn hun beelden voor de lastdieren, een zware last voor uitgeputte beesten.
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
2 Koningen 24:1
Tijdens de regering van Jojakim viel koning Nebukadnessar van Babylonië het land binnen en maakte hij Jojakim tot zijn vazal. En toen Jojakim na drie jaar rebelleerde en tegen Nebukadnessar in opstand kwam,
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Jesaja 13:1
Profetie over Babylonië; het visioen van Jesaja, de zoon van Amos.
Gerelateerd aan Jeremia 25:12
Deuteronomium 32:35
voor de dag dat ik wraak ga nemen, het tijdstip waarop ik hun kwaad vergeld, wanneer aan hun voorspoed een einde komt. Want de dag van hun ongeluk is nabij, hun noodlot komt onafwendbaar op hen af.”
1
2