Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Ezechiel 22:25

De vorsten in de stad waren als leeuwen die grommend hun prooi verscheuren: ze verslonden mensen, ze roofden schatten en kostbaarheden, veel vrouwen maakten ze tot weduwen.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 15:13

‘Jullie rijkdommen en schatten laat ik plunderen, dat is de prijs voor de zonden die je overal beging.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

2 Kronieken 36:10

Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachins broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

2 Koningen 25:13

De bronzen zuilen bij de tempel van de HEER, de verrijdbare onderstellen van de spoelbekkens en het grote bronzen bekken, de Zee, werden door de Chaldeeën uit elkaar gehaald; het brons namen ze mee naar Babel.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

2 Koningen 24:12

gaf koning Jojachin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Klaagliederen 1:10

De vijand heeft zijn hand naar haar kostbaarheden uitgestrekt. Zij moet aanzien hoe het heiligdom betreden wordt door vreemde volken, aan wie u de toegang tot de gemeenschap had ontzegd.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 17:3

Jullie die de stad verlaten en de bergen zoeken, je rijkdom, schatten en offerhoogten laat ik plunderen, om de zonden die jullie overal hebben begaan.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

2 Koningen 20:17

Het duurt niet lang meer, of alles wat zich in uw paleis bevindt, alles wat uw voorouders tot nu toe hebben vergaard, zal naar Babel worden weggesleept. Er blijft niets van over-zegt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 39:8

De Chaldeeën staken het koninklijk paleis en de huizen van de bevolking in brand, en ze haalden de muren van Jeruzalem neer.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 32:3

Koning Sedekia had hem daar gevangengezet omdat hij had geprofeteerd: ‘Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië; hij zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

2 Kronieken 36:17

Toen stuurde hij de koning van de Chaldeeën op hen af, die hun uitgelezen mannen ombracht in hun heilige tempel. Niemand werd gespaard; jonge mannen en vrouwen, oude mensen en ook hoogbejaarden werden aan de koning uitgeleverd.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 4:20

Ramp op ramp wordt gemeld, heel het land gaat te gronde. Plotseling zijn mijn tenten vernield, onverwacht mijn tentdoeken gescheurd.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 3:24

Zolang ons volk bestaat, heeft de god van de schande het bezit van onze voorouders verslonden, hun schapen, geiten en runderen, hun zonen en dochters.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 24:8

Maar die bedorven vijgen die niet meer te eten zijn-ja, dit zegt de HEER: Die vijgen staan voor koning Sedekia van Juda, en voor zijn raadsheren en de mensen uit Jeruzalem die in dit land zijn overgebleven of in Egypte zijn gaan wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 39:2

en op de negende dag van de vierde maand van het elfde regeringsjaar van Sedekia werd er een bres in de stadsmuur geslagen-,
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 52:7

werd er een bres in de stadsmuur geslagen. Hoewel de Chaldeeën de stad omsingelden, wisten de soldaten ‘s nachts te ontkomen. Ze verlieten de stad via de poort tussen de beide stadsmuren die uitkwam op de tuin van de koning. Ze vluchtten in de richting van de Jordaanvallei,
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Klaagliederen 4:12

Dat ooit een vijand of tegenstander de poorten van Jeruzalem zou binnengaan-de koningen der aarde noch haar bewoners konden het geloven.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Jeremia 27:19

Want dit zegt de HEER van de hemelse machten over de tempelzuilen, de Zee, de verrijdbare onderstellen en de rest van het tempelgerei dat nog in deze stad is,
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Daniel 1:2

De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda, aan hem uit en gaf hem een deel van de voorwerpen van Gods tempel in handen. Hij nam ze mee naar Sinear, naar de tempel van zijn eigen god, en liet ze daar in de schatkamer zetten.
Gerelateerd aan Jeremia 20:5

Klaagliederen 1:7

Jeruzalem denkt ten tijde van haar nood en haar zwervend bestaan aan alle kostbaarheden die zij vanouds bezat. Toen haar volk in handen van de vijand viel, schoot niemand haar te hulp; de vijanden die haar zagen, lachten om haar ondergang.
1
2
Volgende