Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jesaja 26:16
HEER, in onze nood hebben wij u gezocht; toen u ons tuchtigde, riepen wij u aan.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Hosea 7:14
Ze roepen niet eerlijk en oprecht tot mij, maar liggen te jammeren op hun bed. Ze kerven hun lichaam voor hun goden, smekend om koren en wijn, en zo keren ze zich tegen mij.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jeremia 22:23
Jij die zetelt op de Libanon, in cederbomen nestelt, wat zul je zuchten en kreunen, zoals een vrouw in barensnood.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jeremia 10:8
Allen zijn ze dom en dwaas, wat ze moeten leren is dit: die nietige beelden zijn maar hout.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Psalmen 115:4
Hun goden zijn van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jesaja 44:9
Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Ezechiel 23:35
Daarom-dit zegt God, de HEER -,omdat je mij vergeten bent en mij de rug hebt toegekeerd, daarom zul je nu de schande van je overspel dragen.'
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Psalmen 78:34
Zodra er doden vielen, zochten zij God, zij kwamen tot inkeer en verlangden naar hem,
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jeremia 18:17
Als de oostenwind zal ik het volk verstrooien, ik jaag het voor zijn vijand uit. Op de dag dat het ten onder gaat keer ik het de rug toe, wend ik mij af.’
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Richteren 10:8
Nog datzelfde jaar begonnen zij Israël te knechten en te knevelen: achttien jaar lang onderdrukten ze de Israëlieten die aan de overkant van de Jordaan woonden, in Gilead, het gebied dat ooit aan de Amorieten had toebehoord.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jeremia 32:33
Ze hebben mij niet gehoorzaamd, maar mij de rug toegekeerd. Hoewel ik hen telkens weer onderwees, luisterden ze niet naar mijn terechtwijzingen.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Ezechiel 8:16
Hij bracht me naar de binnenhof van de tempel van de HEER. Bij de ingang, tussen de voorhal en het altaar, stonden ongeveer vijfentwintig mannen. Ze stonden met hun rug naar de tempel, met hun gezicht naar het oosten, en ze bogen zich in aanbidding neer voor de zon.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jesaja 46:6
Mensen schudden goud uit hun buidel of wegen zilver af op een weegschaal, ze nemen een edelsmid in dienst die er een god van maakt. Ze buigen zich neer en knielen ervoor.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Habakuk 2:18
Wat heb je aan een godenbeeld, gebeeldhouwd door zijn maker? Aan een gegoten beeld dat leugens verkondigt? Wie vertrouwt zich nu toe aan wat hij zelf heeft gemaakt? Wat hij maakt zijn stomme afgoden!
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Jeremia 2:24
een wilde ezelin, thuis in de woestijn, die elke ezel ruikt, tochtig als ze is. Wie kan haar drift aan banden leggen? Geen ezel hoeft moeite te doen, bronstig als ze is, laat ze zich makkelijk vinden.
Gerelateerd aan Jeremia 2:27
Hosea 5:15
Ik ga terug naar de plaats waar ik woon, totdat ze voor hun daden geboet hebben en mij weer gaan zoeken. Door de nood gedreven zullen ze weer naar mij vragen.