Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Ezra 9:7
Vanaf de dagen van onze voorouders tot aan deze dag zijn wij zeer schuldig tegenover u, en vanwege onze zonden zijn wij, onze koningen, onze priesters, overgeleverd aan de macht van de koningen van andere landen, aan geweld, aan gevangenschap, aan plundering, en aan openlijke schande, zoals nu.
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Jeremia 32:32
Israël en Juda, de koningen, leiders, priesters en profeten, alle inwoners van Juda en Jeruzalem, hebben al het mogelijke kwaad gedaan en mij daarmee gekrenkt.
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Nehemia 9:32
En nu, o God, grote, sterke en ontzagwekkende God, u die zich trouw houdt aan het verbond, wees niet onverschillig voor de rampspoed die ons getroffen heeft, ons en onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze profeten, onze voorouders en heel uw volk, vanaf de tijd van de Assyrische koningen tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Romeinen 6:21
Wat hebt u daarmee geoogst? Dingen waarvoor u zich nu schaamt, want ze leiden tot de dood.
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Daniel 9:6
en wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten, die in uw naam tot onze koningen, onze vorsten, onze oudsten en tot het hele volk gesproken hebben.
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Jeremia 48:27
Moab, heb je Israël niet altijd uitgelachen, gehoond als een betrapte dief? Wees je het niet spottend na?
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Jeremia 2:36
Hoe snel sla jij een andere weg in. Met Assyrië ben je bedrogen uitgekomen, met Egypte overkomt je dat ook.
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Jesaja 1:29
Dan zal men schande spreken van de terebinten die jullie zo vurig vereerden, men zal zich schamen voor de tuinen waar jullie hart naar uitging.
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Spreuken 6:30
Een dief die steelt omdat hij honger heeft, steelt uit noodzaak. Men veracht hem niet,
Gerelateerd aan Jeremia 2:26
Jeremia 3:24
Zolang ons volk bestaat, heeft de god van de schande het bezit van onze voorouders verslonden, hun schapen, geiten en runderen, hun zonen en dochters.