Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Jeremia 6:22

Dit zegt de HEER: Er komt een volk uit het noorden, een grote overmacht. Ze komen van de einden der aarde, worden aangevuurd tot de strijd.
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Jeremia 1:14

De HEER zei: ‘Vanuit het noorden zal onheil over alle inwoners van dit land worden uitgestort.
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Habakuk 1:6

Ik laat de Chaldeeën komen, dat grimmige, onstuimige volk, dat de hele aarde doorkruist om andermans woonplaatsen te bezetten.
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Jeremia 23:2

Daarom-dit zegt de HEER, de God van Israël, tegen de herders die mijn volk weiden: Jullie hebben mijn schapen verjaagd en laten verdwalen, en jullie zijn ze niet gaan zoeken. Daarom ga ik jullie zoeken: ik zal jullie straffen voor je kwalijke praktijken-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Jeremia 13:17

Als jullie niet naar deze oproep luisteren, zal ik eenzaam huilen om jullie hoogmoed, dan vergiet ik vele tranen, dan zullen mijn ogen in tranen baden, want de kudde van de HEER wordt weggevoerd.
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Handelingen 20:26

Daarom verklaar ik hier op deze dag dat ik voor niemands ondergang verantwoordelijk ben;
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Jeremia 10:22

Luister! Een geluid komt naderbij, een machtig gedreun uit het noorden, om Juda’s steden tot een woestenij te maken, tot een oord voor jakhalzen.’
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Zacharia 11:16

Ik zal immers in dit land een herder laten optreden die zich om het verdoolde schaap niet bekommert en het afgedwaalde niet zoekt, die het gekwetste niet geneest en het gezonde niet verzorgt, maar die het vlees van de vette dieren opeet en afkluift tot op het bot.'
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Jesaja 56:9

Laat de dieren van het veld komen om te eten, en alle dieren uit het woud.
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Ezechiel 34:7

Daarom, herders, luister naar de woorden van de HEER:
Gerelateerd aan Jeremia 13:20

Johannes 10:12

Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen;