Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Spreuken 1:28
Dan zul je me roepen, maar ik antwoord niet, je zult me zoeken, maar je vindt me niet.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Ezechiel 8:18
Ik zal mijn woede op hen koelen: ik zal geen medelijden tonen, ik zal geen medelijden kennen, en al roepen ze nog zo hard om mij, ik zal niet naar hen luisteren.'
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jesaja 1:15
Wanneer jullie je handen opheffen, wend ik mijn ogen af, ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet. Aan jullie handen kleeft bloed!
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Zacharia 7:13
Ze luisterden niet toen hij hen riep. 'Daarom' -zei de HEER van de hemelse machten-'zal ik niet luisteren wanneer zij mij roepen.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Micha 3:4
Als ze dan tot de HEER om hulp roepen, zal hij hun niet antwoorden. Hij zal zijn gelaat voor hen verbergen vanwege het kwaad dat ze begaan.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
2 Koningen 22:16
"Dit zegt de HEER: Ik zal onheil brengen over deze stad en haar bewoners, precies zoals beschreven staat in het boek dat de koning van Juda heeft gelezen.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Psalmen 18:41
(18:42) Ze riepen om hulp, maar er was geen redder, ze riepen de HEER, maar hij antwoordde niet.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 14:12
Ook al vasten ze, ik zal niet naar hun smeekbeden luisteren. Ook al brengen ze brandoffers en graanoffers, die zullen mij niet behagen. Ik zal hen vernietigen met het zwaard, de honger en de pest.’
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jesaja 24:17
Verschrikking, valkuil en vangnet wacht jullie die de aarde bewonen.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 6:19
Aarde, luister, ik breng onheil over dat volk. Dat is de vrucht van hun bedenksels, omdat zij niet naar mijn woorden hebben geluisterd, mijn wet hebben verworpen.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 11:17
De HEER van de hemelse machten, die jou geplant heeft, heeft aangekondigd dat je ten onder gaat. Want Israël en Juda hebben mij getergd en hebben kwaad gedaan door wierook te branden voor Baäl.’
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 35:17
Daarom-dit zegt de HEER, de God van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal over Juda en de bevolking van Jeruzalem al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ik heb tot hen gesproken, maar zij hebben niet geluisterd; ik heb hen geroepen, maar zij hebben niet geantwoord.’
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Lukas 13:24
‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 11:14
Jeremia, bid niet voor dit volk, kom niet langer met smeekbeden, want ik luister niet als zij me in hun nood om hulp roepen.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Spreuken 29:1
Wie vaak terechtgewezen wordt en toch hardnekkig blijft, wordt plotseling geveld, zonder kans op redding.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 36:31
Ik zal hem, zijn kinderen en zijn hovelingen voor hun wandaden laten boeten. Ik zal over hen, de bevolking van Jeruzalem en die van Juda al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ze hebben niet willen luisteren.’
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
2 Kronieken 34:24
"Dit zegt de HEER: Ik zal onheil brengen over deze stad en haar bewoners, ik zal alle vervloekingen die beschreven staan in het boek dat aan de koning van Juda is voorgelezen, voltrekken.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 19:15
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik breng over deze stad en de omliggende steden al het onheil dat ik aangekondigd heb, want de inwoners weigeren hardnekkig naar mijn waarschuwingen te luisteren.’
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 19:3
Luister naar de woorden van de HEER, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal zulk onheil over deze stad brengen dat de oren van wie ervan hoort zullen tuiten.
Gerelateerd aan Jeremia 11:11
Jeremia 23:12
Daarom zal hun weg een glibberig pad zijn, ze struikelen in het duister, en komen ten val. Als ik met hen afreken, tref ik hen met onheil-spreekt de HEER.
1
2