Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Amos 7:8

En de HEER vroeg mij: 'Wat zie je, Amos?' Ik antwoordde: 'Lood.' Toen zei de Heer: 'Een loden last zal ik mijn volk Israël opleggen, ik zal het niet langer sparen.
Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Amos 8:2

En de HEER vroeg mij: 'Wat zie je, Amos?' Ik antwoordde: 'Een mand met rijp fruit.' Toen zei de HEER: 'Weldra zal de tijd rijp zijn, ik zal mijn volk Israël niet langer sparen.
Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Zacharia 5:2

'Wat zie je?' vroeg hij me, en ik antwoordde: 'Ik zie een vliegende boekrol van twintig el lang en tien el breed.'
Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Zacharia 4:2

'Wat zie je?' vroeg hij, en ik antwoordde: 'Ik zie een lampenstandaard die helemaal van goud is, met een schaal erop, en op die schaal zijn zeven lampen bevestigd, zeven lampen met elk zeven tuitjes.
Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Jeremia 24:3

De HEER zei tegen mij: ‘Wat zie je, Jeremia?’ Ik antwoordde: ‘Vijgen. De goede vijgen zijn helemaal gaaf, de slechte zijn zo bedorven dat ze niet meer te eten zijn.’
Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Numeri 17:8

(17:23) Toen hij de volgende dag de verbondstent binnenging, zag hij dat de staf van Aäron, de staf van de stam Levi, in bloei stond. Er waren knoppen ontsproten en bloemen ontloken, en de staf droeg rijpe amandelen.
Gerelateerd aan Jeremia 1:11

Ezechiel 7:10

De dag is nabij, de ondergang nadert, er bloeit een staf, zijn bloem heet hoogmoed.