Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
1 Korinthe 11:22
Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Psalmen 14:6
Lach maar om het vertrouwen van de zwakke-hij vindt zijn toevlucht bij de HEER.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Handelingen 17:6
maar toen ze hen daar niet aantroffen, sleepten ze Jason en enkele andere leerlingen mee naar de stadsprefecten, tegen wie ze schreeuwden: ‘De mensen die in het hele rijk de orde verstoren, zijn nu ook hier gekomen,
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Spreuken 17:5
Wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn schepper, wie zich over iemands ongeluk verheugt, blijft niet ongestraft.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Handelingen 18:12
Toen Gallio proconsul van Achaje was, keerden de Joden zich echter gezamenlijk tegen Paulus en daagden hem voor het gerecht.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Handelingen 8:3
Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Jakobus 5:6
U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Handelingen 13:50
De Joden hitsten echter de vrome vrouwen uit de hogere kringen op, evenals de vooraanstaande burgers van de stad, en wisten hen zover te krijgen dat ze zich tegen Paulus en Barnabas keerden, zodat die uit het gebied werden verdreven.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Spreuken 14:31
Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper, wie zich over een arme ontfermt, eert hem.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Jesaja 53:3
Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Zacharia 7:10
onderdruk geen weduwen en wezen en ook geen vreemdelingen en armen, en wees er niet op uit om een ander kwaad te doen.'
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Handelingen 5:17
Daarop besloten de hogepriester en zijn medestanders, de Sadduceeën, in te grijpen. Vervuld van jaloezie als ze waren,
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Jakobus 5:4
Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Spreuken 22:16
Wie een arme onderdrukt, maakt hem enkel rijk, wie een rijke geld geeft, zorgt ervoor dat hij gebrek lijdt.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Psalmen 10:8
Op stille plaatsen ligt hij in hinderlaag, op verborgen plekken doodt hij onschuldigen, zijn ogen spieden naar weerloze mensen.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Handelingen 4:26
De koningen van de aarde zijn aangetreden en de heersers spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde.”
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Jesaja 3:14
Zo luidt de aanklacht van de HEER tegen de oudsten en de vorsten van zijn volk: Jullie hebben mijn wijngaard in brand gestoken en jullie huizen gevuld met wat je de armen ontnam.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Psalmen 10:10
die buigt, krimpt ineen, en valt in zijn klauwen, weerloos.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
Psalmen 10:14
Toch ziet u de pijn en het verdriet, u merkt het op en weegt het in uw hand. Op u vertrouwen weerloze mensen, de wezen, u komt hun te hulp.
Gerelateerd aan Jakobus 2:6
1 Koningen 21:11
Nabots stadsgenoten, de oudsten en aanzienlijksten van zijn woonplaats, deden wat Izebel hun had opgedragen in de brieven die ze had gestuurd.
1
2