Gerelateerd aan Jakobus 1:8
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
1 Koningen 18:21
Daar sprak Elia het volk als volgt toe: 'Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken? Als de HEER God is, volg hem dan; is Baäl het, volg dan hem.' De Israëlieten zeiden niets.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
Jakobus 4:8
Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
Mattheüs 6:24
Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
2 Petrus 2:14
Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze!
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
Jesaja 29:13
De Heer zegt: Omdat dit volk mij naar de mond praat, mij slechts met de lippen dient, terwijl hun hart ver bij mij vandaan is; omdat hun ontzag voor mij louter plicht is, slechts aangeleerd en door mensen opgelegd-
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
2 Koningen 17:41
De nieuwe bewoners van het land vereerden de HEER, maar dienden ook hun eigen godenbeelden. Hun kinderen en kindskinderen volgden het voorbeeld van hun ouders en leven tot op de dag van vandaag op dezelfde wijze voort.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
2 Petrus 3:16
Hij schrijft dit overigens in alle brieven waarin hij dit onderwerp ter sprake brengt. Daarin staat een en ander dat moeilijk te begrijpen is en dat door onwetende en onstandvastige mensen, tot hun eigen ondergang, wordt verdraaid; dat doen ze trouwens ook met de overige geschriften.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
2 Koningen 17:33
Ze vereerden dus wel de HEER, maar dienden ook hun eigen goden zoals ze in hun land van herkomst gewoon waren geweest.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
Mattheüs 6:22
Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
Hosea 10:2
Zo bedrieglijk is dat volk! Nu zal het ervoor boeten: de HEER breekt hun altaren af, hun gewijde stenen verbrijzelt hij.
Gerelateerd aan Jakobus 1:8
Hosea 7:8
Efraïm heeft zich met andere volken vermengd; hij is een misbaksel geworden.