Gerelateerd aan Hosea 2:17-19
Gerelateerd aan Hosea 2:17
Exodus 23:13
Houd je verre van alles waarvoor ik jullie heb gewaarschuwd. Roep geen andere goden aan, laat hun naam niet over je lippen komen.
Gerelateerd aan Hosea 2:17
Psalmen 16:4
'Wie u volgt, wacht veel verdriet.' Ik pleng voor hen geen bloed meer, niet langer ligt hun naam op mijn lippen.
Gerelateerd aan Hosea 2:17
Jozua 23:7
Vermeng u niet met die vreemde volken die nog bij u overgebleven zijn. Neem de naam van hun goden niet in de mond en zweer er nooit bij, dien die niet en buig u nooit voor ze neer.
Gerelateerd aan Hosea 2:17
Zacharia 13:2
Als die tijd aanbreekt-spreekt de HEER van de hemelse machten-zal ik alle afgoden uit het land laten verdwijnen; hun namen zullen niet meer worden genoemd. Ik zal ook de profeten uitbannen, en met hen de geest van onreinheid die het land bezoedelt.
Gerelateerd aan Hosea 2:17
Jeremia 10:11
‘Zeg tegen hen: Goden die de hemel en de aarde niet hebben gemaakt, zullen van de aarde verdwijnen, worden onder de hemel weggevaagd.’
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Ezechiel 34:25
Ik zal een vredesverbond met ze sluiten, ik zal het land vrij van wilde dieren maken, zodat ze zelfs in de woestijn veilig kunnen wonen en in de bossen onbezorgd kunnen slapen.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Jesaja 2:4
Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Jeremia 23:6
Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn “De HEER is onze gerechtigheid”.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Ezechiel 39:9
Dan zullen de Israëlieten uit hun steden komen om de wapens als brandhout te gebruiken; zeven jaar zullen ze vuur kunnen stoken van de grote en kleine schilden, de bogen en de pijlen, de stokken en de lansen.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Jesaja 11:6
Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Job 5:23
Je hebt een verbond met de stenen van het veld, met de dieren van het veld leef je in vrede.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Psalmen 46:9
(46:10) wereldwijd bant hij oorlogen uit, bogen breekt hij, lansen verbrijzelt hij, wagens verbrandt hij in het vuur.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Jesaja 65:25
Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg-zegt de HEER.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Jesaja 2:17
Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd, wie trots was, bijt in het stof. Want de dag komt dat alleen de HEER hoog verheven is.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Psalmen 91:1
Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende,
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Zacharia 9:10
Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken. Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Zacharia 14:9
En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Jesaja 2:11
Wie hoogmoedig was, slaat de ogen neer, wie trots was, buigt het hoofd. Want de dag komt dat alleen de HEER hoog verheven is.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Micha 4:3
Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over grote en verre naties een oordeel vellen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Gerelateerd aan Hosea 2:18
Zacharia 2:11
(2:15) Er komt een tijd dat vele volken zich bij mij zullen aansluiten. Zij zullen mijn volk zijn, en bij jou, Sion, zal ik wonen.' Dan zullen jullie inzien dat de HEER van de hemelse machten mij naar jullie gezonden heeft.
1
2
3