Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Hooglied 5:6
En ik deed open voor mijn lief, maar hij was weg, mijn lief was weggegaan. Een duizeling beving mij toen ik zag dat hij er niet meer was. Ik zocht hem, maar ik vond hem niet, ik riep hem, maar hij antwoordde niet.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Jesaja 26:9
Reikhalzend kijk ik naar u uit, zelfs ‘s nachts verlang ik naar u. Wanneer u een oordeel over de wereld velt, zullen de mensen op aarde gerechtigheid leren.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Hooglied 1:7
Zeg mij toch, mijn allerliefste, waar laat jij je kudde weiden, waar laat jij die 's middags rusten? Laat me toch niet dwalend langs de kudden van je vrienden gaan.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Jesaja 55:6
Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Psalmen 22:2
(22:3) 'Mijn God!' roep ik overdag, en u antwoordt niet, 's nachts, en ik vind geen rust.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Job 23:8
Maar ik ga naar het oosten-daar is hij niet, naar het westen-ik zie hem nergens.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Psalmen 77:2
(77:3) Op de dag van mijn nood zoek ik de Heer, bij nacht hef ik mijn handen, rusteloos, mijn ziel laat zich niet troosten.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Psalmen 4:4
(4:5) Beef voor hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. sela
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Psalmen 6:6
(6:7) Moe ben ik van zuchten, elke nacht is mijn kussen nat, mijn bed doorweekt van tranen.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
1 Petrus 1:8
U hebt hem lief zonder hem ooit gezien te hebben; en zonder hem nu te zien gelooft u in hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde,
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Psalmen 130:1
Een pelgrimslied. Uit de diepte roep ik tot u, HEER,
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Lukas 13:24
‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Johannes 21:17
en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Hooglied 5:8
Ik bezweer je, meisjes van Jeruzalem, als jullie mijn lief vinden, wat zeggen jullie tegen hem? Dat ik ziek van liefde ben.
Gerelateerd aan Hooglied 3:1
Psalmen 63:6
(63:7) Liggend op mijn bed denk ik aan u, wakend in de nacht prevel ik uw naam.