Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Jozua 1:15
totdat de HEER u allemaal vrede geeft en ook zij het gebied in bezit hebben genomen dat de HEER, uw God, hun geeft. Pas dan mag u teruggaan en uw eigen gebied in bezit nemen dat Mozes, de dienaar van de HEER, u ten oosten van de Jordaan heeft toegewezen.'
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Jozua 22:4
Nu heeft hij uw broeders vrede gegeven, zoals hij hun heeft beloofd. Ga daarom terug naar uw eigen woonplaatsen, ga naar uw eigen gebied dat Mozes, de dienaar van de HEER, u heeft toegewezen ten oosten van de Jordaan.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Deuteronomium 12:9
Weliswaar bent u nu nog niet binnen de veilige grenzen van het gebied dat de HEER, uw God, u zal geven,
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Hebreeën 11:13
Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Psalmen 78:55
hij joeg vreemde volken voor hen uit, verdeelde hun land met het meetlint en liet Israëls stammen wonen in hun tenten.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Psalmen 105:44
Hij gaf hun het land van andere volken, het bezit van vreemde naties viel hun ten deel.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Jozua 23:1
(1-2) De HEER had Israël aan alle grenzen rust gegeven door het volledig van zijn vijanden te verlossen. Vele jaren later riep Jozua, die toen op hoge leeftijd was gekomen, heel Israël, de oudsten, stamhoofden, rechters en griffiers bijeen. Hij zei tegen hen: 'Ik heb niet lang meer te leven.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Deuteronomium 25:19
Vergeet het niet! En wanneer straks de HEER, uw God, u vrede heeft gegeven in het land dat u als grondgebied van hem krijgt, door u te verlossen van de vijanden die u omringen, zorg er dan voor dat niets op aarde nog aan het volk van Amalek herinnert.
Gerelateerd aan Hebreeën 4:8
Handelingen 7:45
Onze voorouders hadden deze tent bij zich toen ze onder leiding van Jozua het land veroverden van de volken die God voor hen verdreef; dit duurde tot in de tijd van David.