Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Numeri 14:2

Ze begonnen zich allemaal te beklagen. 'Waren we maar in Egypte gestorven, 'zeiden ze tegen Mozes en Aäron, 'of hier in de woestijn.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Deuteronomium 1:38

‘Maar je rechterhand Jozua, de zoon van Nun, zal het wél binnengaan. Bereid hem voor op zijn taak; hij zal het land aan Israël in bezit geven.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Numeri 14:30

Jullie zullen het land waarvan ik gezworen heb dat je er zou wonen, niet binnengaan, met uitzondering van Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Numeri 14:24

Maar mijn dienaar Kaleb, die door een andere geest bezield was en mij volkomen trouw is geweest, hem zal ik naar het land brengen waar hij geweest is, en zijn nakomelingen zullen het bezitten.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Psalmen 78:17

Maar zij bleven tegen hem zondigen, de Allerhoogste tergen in de woestenij.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Numeri 26:65

want de HEER had gezegd dat ze allemaal in de woestijn zouden sterven. Er was niemand van hen overgebleven, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Romeinen 11:4

Maar hoe luidt het antwoord van God aan hem? 'Ik heb zevenduizend mensen voor mijzelf in leven gelaten; die hebben niet voor Baäl geknield.'
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Numeri 14:38

Twee van de verkenners van het land echter, Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven in leven.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Hebreeën 3:9

waar jullie voorouders mij op de proef stelden en tartten hoewel ze mijn daden hadden gezien,
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Numeri 14:4

En tegen elkaar zeiden ze: 'Laten we een leider kiezen en teruggaan naar Egypte.'
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Deuteronomium 1:35

‘Niemand van deze verdorven generatie zal het goede land zien dat ik jullie voorouders onder ede heb beloofd.
Gerelateerd aan Hebreeën 3:16

Jozua 14:7

Ik was veertig jaar oud toen Mozes, de dienaar van de HEER, mij er vanuit Kades-Barnea op uitstuurde om dit land te verkennen. Ik bracht hem naar eer en geweten verslag uit.