Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 12:8
Daarvandaan trok hij naar het bergland dat oostelijk van Betel ligt, en ergens ten oosten van Betel en ten westen van Ai sloeg hij zijn tent op. Hij bouwde er een altaar voor de HEER en riep er zijn naam aan.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 13:18
Toen brak Abram op en ging wonen bij de eiken van Mamre, bij Hebron. Daar bouwde hij een altaar voor de HEER.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 13:3
Vanuit de Negev trok hij geleidelijk verder, tot aan Betel, tot aan de plaats tussen Betel en Ai waar zijn tent vroeger al had gestaan
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 18:9
‘Waar is Sara, uw vrouw?’ vroegen zij hem. ‘Daar, in de tent, ‘antwoordde hij.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Hebreeën 6:17
Toen God de erfgenamen van de belofte ervan wilde doordringen hoe vast zijn voornemen was, stelde hij zich op dezelfde manier met een eed garant.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 35:27
Ten slotte kwam Jakob terug bij zijn vader Isaak in Mamre, bij Kirjat-Arba, dat nu Hebron heet, de woonplaats van Abraham en van Isaak.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 48:3
Hij zei tegen Jozef: ‘God, de Ontzagwekkende, is in Luz, in Kanaän, aan mij verschenen en heeft mij daar gezegend.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 28:13
Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 25:27
Toen de jongens opgegroeid waren, werd Esau een uitstekend jager, iemand die altijd buiten was, terwijl Jakob een rustig man was, die het liefst bij de tenten bleef.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 18:1
De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 28:4
Moge hij jou en je nakomelingen de zegen van Abraham geven, zodat je het land waar je nu nog als vreemdeling woont en dat God aan Abraham heeft gegeven, in bezit krijgt.’
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 17:8
Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.’
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Handelingen 7:5
Hij gaf hem hier zelfs niet het kleinste stuk grond in eigendom, maar beloofde wel dat hij en zijn nakomelingen het eens in bezit zouden krijgen, ook al had hij toen nog geen zoon.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 26:3
Blijf voorlopig in dit land, ik zal je ter zijde staan en je zegenen: ik zal dit hele gebied aan jou en je nakomelingen geven en zo de eed gestand doen die ik je vader Abraham heb gezworen.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 18:6
Abraham haastte zich naar de tent, naar Sara. ‘Vlug, ‘zei hij, ‘drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.’
Gerelateerd aan Hebreeën 11:9
Genesis 23:4
‘Ik woon maar als vreemdeling bij u. Geeft u mij hier een eigen graf, dan kan ik mijn overleden vrouw uitdragen en begraven.’