Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Psalmen 144:10

(10-11) want u brengt koningen redding, u hebt David, uw dienaar, bevrijd. Bevrijd ook mij van het moordende zwaard, ontruk mij aan de greep van vreemdelingen die leugens spreken met hun mond, bedrog verbergen in hun handen.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Samuel 10:15

De Arameeërs beseften dat ze door Israël verslagen waren en zochten versterking.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Richteren 15:8

En hij sloeg er ongenadig op los en maakte talloze slachtoffers. Daarna trok hij zich terug onder een overhangende rots bij Etam.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Koningen 6:16

Zijn meester antwoordde: 'Wees niet bang, wij zijn met meer dan zij.'
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

1 Koningen 19:3

Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Richteren 7:19

Aan het begin van de middelste nachtwake, vlak na de wisseling van de wacht, kwam Gideon met zijn groep van honderd man bij de voorposten van het kamp. Ze bliezen op hun ramshoorns en sloegen de kruiken die ze bij zich hadden aan stukken.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Koningen 6:32

Elisa was thuis, en de oudsten waren bij hem. De koning stuurde een bode naar hem toe, maar nog voor deze aankwam zei Elisa tegen de oudsten: 'Weet u wel dat die moordenaarszoon iemand heeft gestuurd om mij te onthoofden? Sluit de deur zodra de bode van de koning eraan komt, houd hem tegen. Hoor, volgt zijn meester hem niet op de voet?'
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

1 Samuel 17:51

Hij rende naar de Filistijn toe, boog zich over hem heen en trok diens zwaard uit de schede. Daarmee gaf hij hem de genadestoot en sloeg hem zijn hoofd af. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, sloegen ze op de vlucht.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Samuel 8:1

Enige tijd later versloeg David de Filistijnen. Hij onderwierp hen en ontnam hun het bestuur over hun hoofdstad.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Jesaja 43:2

Moet je door het water gaan-ik ben bij je; of door rivieren-je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan-het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Koningen 20:7

Jesaja beval de dienaren van de koning een plak gedroogde vijgen te nemen. Dat deden ze, en ze legden de vijgen op de ontstoken plek, waarop Hizkia nieuwe krachten kreeg.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Korinthe 12:9

maar hij zei: 'Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.' Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Job 5:20

In tijden van honger behoedt hij je voor de dood, in tijden van oorlog voor de macht van het zwaard.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Kronieken 20:6

en zei: 'HEER, God van onze voorouders, u bent God in de hemel en u heerst over de koninkrijken van alle volken. In uw hand liggen macht en kracht besloten, niemand kan zich tegen u verzetten.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Richteren 15:14

en brachten hem naar Lechi, waar de Filistijnen juichend op hem afstormden. Toen voer de geest van de HEER in hem. De touwen waarmee hij was gebonden leken wel vlas dat wegschroeit in het vuur, zo makkelijk vielen ze van zijn armen en zijn polsen.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Job 42:10

Nadat Job voor zijn vrienden had gebeden, bracht de HEER een keer in het lot van Job en hij gaf hem het dubbele van wat hij eerder bezat.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Kronieken 14:11

(14:10) Hij riep de HEER, zijn God, aan met de woorden: 'HEER, er is niemand die hulp biedt zoals u wanneer de machteloze het moet opnemen tegen een overmacht. Help ons, HEER, onze God, want in u hebben we ons vertrouwen gesteld en in uw naam zijn we tegen deze overmacht in het geweer gekomen. HEER, onze God, sta niet toe dat een mens zich met u meet.'
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Samuel 21:16

Jisbibenob, een Refaïet die een nieuwe wapenrusting droeg met een speer die wel driehonderd sjekel koper woog, dreigde dat hij David zou doden.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

Daniel 3:19

Nebukadnessar werd razend, en met een van woede vertrokken gezicht keek hij Sadrach, Mesach en Abednego aan. Hij gaf opdracht de oven zevenmaal heter op te stoken dan men gewoonlijk deed.
Gerelateerd aan Hebreeën 11:34

2 Kronieken 16:1

Maar in het zesendertigste regeringsjaar van Asa viel koning Basa van Israël Juda binnen en versterkte hij Rama om de aan- en afvoerwegen voor koning Asa van Juda af te snijden.
1
2
Volgende