SV
6En nu sta ik, en word geoordeeld over de hoop der belofte, die van God tot de vaderen geschied is;
7Tot dewelke onze twaalf geslachten, geduriglijk nacht en dag God dienende, verhopen te komen; over welke hoop ik, o koning Agrippa, van de Joden word beschuldigd.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637